BWBR0030145
Artikel 11
Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2011–2012
Artikel 11. : Schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst 11.1 Ontslaggrond Ontslag van schoonmaakpersoneel, anders dan op grond van artikel 9 , kan grond zijn voor toewijzing van een vergoedingsverzoek. Ontslag van schoonmaakpersoneel doet zich voor indien blijkt dat de materiële instandhouding op het niveau van het bevoegd gezag over twee opeenvolgende jaren, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, vermindert of is verminderd met een omvang die tenminste gelijk is aan de nettoloonkosten op jaarbasis van het ontslagen personeelslid. Het bevoegd gezag overlegt een afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of wanneer het besluit nog niet is opgemaakt of de reden voor het ontslag niet genoemd wordt, een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 11, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. Beëindigingovereenkomst In plaats van bovengenoemd afschrift van het ontslagbesluit waarin de reden voor het ontslag genoemd is, of een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor het ontslag, zoals genoemd in artikel 11 aan betrokkene is kenbaar gemaakt, kan het bevoegd gezag ook een afschrift van een beëindigingovereenkomst overleggen waaruit tenminste blijkt dat: 1. het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, 2. het bevoegd gezag heeft voorgesteld het dienstverband te beëindigen, en 3. de reden daarvoor is gelegen in de in dit artikel genoemde ontslaggrond. Bij de beëindiging van een tijdelijk dienstverband verstrekt het bevoegd gezag, wanneer er geen ontslagbesluit wordt opgemaakt, een afschrift van de akte van benoeming en een afschrift van het document waaruit blijkt dat de daadwerkelijke reden voor de beëindiging, zoals genoemd in artikel 11, aan betrokkene is kenbaar gemaakt. 11.2 Toetsingsmoment Omdat de materiële instandhouding op basis van kalenderjaar wordt toegekend, wordt de vergoeding per 31 december vergeleken met de vergoeding per 1 januari opvolgend. 11.3 Ontslagmoment Het ontslag van schoonmaakpersoneel wordt vaak met ingang van een volgend schooljaar geëffectueerd. Er bestaan derhalve drie mogelijkheden: I het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus volgend op de daling; II het ontslag wordt geëffectueerd per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling, of III het ontslag wordt geëffectueerd per 1 januari, op het moment van de daling van de vergoeding. 11.4.1 Ontslag per 1 augustus volgend op de daling Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2011 volgend op de daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2010 en 2011 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2011 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2010, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 11.4.2 Ontslag per 1 augustus voorafgaand aan een verwachte daling Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 augustus 2011 voorafgaand aan een verwachte daling wordt de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2012 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2011 inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 11.4.3 Ontslag per 1 januari, op het moment van de daling Indien het ontslag geëffectueerd wordt per 1 januari 2011 het moment van de daling, wordt de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 vergeleken. Toewijzing van het vergoedingsverzoek doet zich voor indien de daling in de vergoeding per 1 januari 2012 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2011, inclusief andere ontslagen en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 11.5.1 Natuurlijk verloop en andere ontslagen Als gevolg van natuurlijk verloop en andere ontslagen komt budget beschikbaar. Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder I bedoeld ontslag wordt daarom de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2010 tot en met de datum van het ontslag betrokken. 11.5.2 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder II bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 februari 2011 tot en met 1 januari 2012 betrokken. 11.5.3 Bij de toetsing van een onder artikel 11.3 onder III bedoeld ontslag wordt de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2011 tot en met 1 januari 2012 betrokken. Indien er sprake is van een daling in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen op deze daling in mindering gebracht. In het geval dat er sprake is van een stijging in het budget wordt de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen bij deze stijging opgeteld. 11.6 Benodigde gegevens Ter beoordeling van een ontslag als bedoeld in het eerste lid, overlegt het bevoegd gezag afhankelijk van de onder artikel 11.3 genoemde mogelijkheden: a. een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2010 en 2011 en een gespecificeerde opgave in netto-loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode vanaf 1 juli 2010 tot en met de datum van het ontslag; of b. een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2011 en 2012 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 februari 2011 tot en met 1 januari 2012; of c. een opgave van de materiële instandhouding over de jaren 2010 en 2011 en een gespecificeerde opgave van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop en de andere ontslagen in een periode van 1 juli 2011 tot en met 1 januari 2012; d. bij meerdere ontslagen uit vaste dienst een opgave van de onderlinge volgorde van de ontslagen, of bij meerdere beëindiging van tijdelijke dienstverbanden de door het bevoegd gezag vastgestelde onderlinge ontslagvolgorde. 11.7 Inspanningsverplichting Bij een ontslag op grond van artikel 11 dient het bevoegd gezag te voldoen aan categorie IV. Hieronder volgen de eisen die het Participatiefonds in het kader van de inspanningsverplichting aan een ontslag op grond van artikel 11, stelt: Categorie IV-A hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een vast dienstverband) 1. extern een passende functie zoeken (indien aangesloten, gebruik maken van een mobiliteitscentrum/arbeidspool, zoeken bij een ander bevoegd gezag, of buiten het onderwijs); en 2. (vervallen) 3. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 4. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 tot en met 3 van deze categorie). Categorie IV-B hulp bij behoud van werk, extern (bij ontslag uit een tijdelijk dienstverband) 1. (vervallen) 2. aanbieden van faciliteiten die de positie op de arbeidsmarkt verbeteren; of 3. aanbieden van outplacement (outplacement vervangt de inspanningen 1 en 2 van deze categorie). Toelichting op artikel 11 Dit artikel is ook van toepassing op het ontslag van personeel bij een Centrale Dienst. 11.3. Ontslagmoment Indien het ontslag op een andere datum dan 1 januari of 1 augustus wordt geëffectueerd, geeft het bevoegd gezag aan welke daling aan het ontslag ten grondslag ligt en waarom betrokkene niet langer in dienst gehouden kan worden.