BWBR0004866
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 39
Besluit toezicht beleggingsinstellingen
1. Het is de beheerder van beleggingsfondsen voor het totaal van de door hem beheerde en onder artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, van de wetvallende beleggingsfondsen alsmede de beleggingsmaatschappij niet toegestaan zoveel aandelen met stemrecht in een uitgevende instelling te verwerven dat de beheerder van het beleggingsfonds of de beleggingsmaatschappij uit hoofde van de deelneming invloed van betekenis kan uitoefenen op het bestuur van die instelling.
2. Onverminderd het eerste lid mag de beleggingsinstelling niet meer verwerven dan:
a. tien procent van door een zelfde uitgevende instelling uitgegeven aandelen zonder stemrecht;
b. tien procent van door een zelfde uitgevende instelling uitgegeven obligaties;
c. tien procent van door een beleggingsinstelling in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet uitgegeven rechten van deelneming.
3. De in onderdelen ben cvan het tweede lid bedoelde begrenzingen behoeven niet in acht te worden genomen indien op het tijdstip van verkrijging het brutobedrag van de obligaties respectievelijk de netto waarde van de rechten niet kan worden berekend.
2. Onverminderd het eerste lid mag de beleggingsinstelling niet meer verwerven dan:
a. tien procent van door een zelfde uitgevende instelling uitgegeven aandelen zonder stemrecht;
b. tien procent van door een zelfde uitgevende instelling uitgegeven obligaties;
c. tien procent van door een beleggingsinstelling in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet uitgegeven rechten van deelneming.
3. De in onderdelen ben cvan het tweede lid bedoelde begrenzingen behoeven niet in acht te worden genomen indien op het tijdstip van verkrijging het brutobedrag van de obligaties respectievelijk de netto waarde van de rechten niet kan worden berekend.