BWBR0004866
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 7
Besluit toezicht beleggingsinstellingen
1. Bij de aanvraag van een vergunning dient de beleggingsinstelling over te leggen:
a. de namen van de personen als bedoeld in artikel 2, alsmede stukken en gegevens op basis waarvan de toezichthoudende autoriteit kan beoordelen of deze personen voldoen aan de vereisten als bedoeld in artikel 2;
b. een verklaring van een accountant of een jaarrekening over het laatst verstreken boekjaar voorzien van een verklaring van een accountant, ten bewijze dat aan de vereisten in het eerste en tweede lid van artikel 3 is voldaan;
c. gegevens en bescheiden ten bewijze dat aan het vereiste in het derde lid van artikel 3 is voldaan;
d. de voorwaarden van de beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, en, indien van toepassing, de overeenkomst als bedoeld in artikel 5, tweede lid;
e. een beschrijving van de in artikel 5a bedoelde maatregelen;
f. het prospectus als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en in voorkomende gevallen gegevens waaruit de toepasselijkheid van artikel 6, derde, vierde of vijfde lid, blijkt;
g. voor zover verschenen, de jaarrekeningen over de laatste drie boekjaren, en voor zover op grond van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vereist, de op die jaarrekeningen betrekking hebbende verklaringen, bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van dat boek, en de laatste halfjaarcijfers;
h. gegevens waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de vereisten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, artikel 6 en artikel 9 van de wet, voor zover deze bepalingen van toepassing zijn;
i. overige gegevens en bescheiden die de toezichthoudende autoriteit naar zijn oordeel redelijkerwijs nodig heeft in het belang van de beoordeling van de aanvraag.
2. Ter voldoening aan het eerste lid, onder c en e, kunnen de aldaar bedoelde gegevens en bescheiden rechtstreeks door de bewaarder aan de toezichthoudende autoriteit worden overgelegd.
a. de namen van de personen als bedoeld in artikel 2, alsmede stukken en gegevens op basis waarvan de toezichthoudende autoriteit kan beoordelen of deze personen voldoen aan de vereisten als bedoeld in artikel 2;
b. een verklaring van een accountant of een jaarrekening over het laatst verstreken boekjaar voorzien van een verklaring van een accountant, ten bewijze dat aan de vereisten in het eerste en tweede lid van artikel 3 is voldaan;
c. gegevens en bescheiden ten bewijze dat aan het vereiste in het derde lid van artikel 3 is voldaan;
d. de voorwaarden van de beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, en, indien van toepassing, de overeenkomst als bedoeld in artikel 5, tweede lid;
e. een beschrijving van de in artikel 5a bedoelde maatregelen;
f. het prospectus als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en in voorkomende gevallen gegevens waaruit de toepasselijkheid van artikel 6, derde, vierde of vijfde lid, blijkt;
g. voor zover verschenen, de jaarrekeningen over de laatste drie boekjaren, en voor zover op grond van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vereist, de op die jaarrekeningen betrekking hebbende verklaringen, bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van dat boek, en de laatste halfjaarcijfers;
h. gegevens waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de vereisten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, artikel 6 en artikel 9 van de wet, voor zover deze bepalingen van toepassing zijn;
i. overige gegevens en bescheiden die de toezichthoudende autoriteit naar zijn oordeel redelijkerwijs nodig heeft in het belang van de beoordeling van de aanvraag.
2. Ter voldoening aan het eerste lid, onder c en e, kunnen de aldaar bedoelde gegevens en bescheiden rechtstreeks door de bewaarder aan de toezichthoudende autoriteit worden overgelegd.