BWBR0004866
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 2
Besluit toezicht beleggingsinstellingen
1. Een bestuurder van de beleggingsinstelling of de bewaarder dient naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit voldoende deskundig te zijn in verband met de bedrijfsvoering van de beleggingsinstelling respectievelijk de bewaarder. Onder bestuurder wordt begrepen een ieder die de beleggingsinstelling of bewaarder krachtens wet, statuten of reglementen vertegenwoordigt dan wel binnen de beleggingsinstelling respectievelijk binnen de bewaarder het beleid bepaalt.
2. De betrouwbaarheid van de in het eerste lid bedoelde personen, de personen die het beleid van de beleggingsinstelling of de bewaarder mede bepalen en van overige personen die middellijk of onmiddellijk bevoegd zijn bestuurders als bedoeld in het eerste lid van de beleggingsinstelling respectievelijk de bewaarder te benoemen of te ontslaan, dient naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit buiten twijfel te staan.
2. De betrouwbaarheid van de in het eerste lid bedoelde personen, de personen die het beleid van de beleggingsinstelling of de bewaarder mede bepalen en van overige personen die middellijk of onmiddellijk bevoegd zijn bestuurders als bedoeld in het eerste lid van de beleggingsinstelling respectievelijk de bewaarder te benoemen of te ontslaan, dient naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit buiten twijfel te staan.