BWBR0004866
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 21
Besluit toezicht beleggingsinstellingen
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 19, tweede lid, dient de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling ten minste de volgende gegevens te bevatten:
a. een sluitend overzicht van het verloop gedurende het boekjaar van de beleggingen waarbij de beleggingen worden onderscheiden naar soort;
b. de samenstelling van de beleggingen per het einde van het boekjaar, uitgesplitst volgens maatstaven die het best passen bij het beleggingsbeleid van de instelling;
c. een vergelijkend overzicht over de laatste drie jaren van de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling, het aantal uitstaande rechten van deelneming en de intrinsieke waarde per recht van deelneming, een en ander per het einde van het boekjaar;
d. een mededeling in hoeverre beleggingen, met uitzondering van beleggingen in effecten die tot de notering aan een effectenbeurs zijn toegelaten, door een beëdigde taxateur zijn getaxeerd, volgens welke methode de taxatie heeft plaatsgevonden, alsmede de regelmaat waarmee deze taxaties worden verricht;
e. het bedrag der verplichtingen, onderscheiden naar soort per het einde van het boekjaar, die voortvloeien uit dekkingstransacties met betrekking tot koers- en wisselkoersrisico in verband met de beleggingen, voor zover een en ander niet reeds in de balans en winst- en verliesrekening is begrepen;
f. een gespecificeerde opgave van die beleggingen van de beleggingsinstelling die deelnemingen zijn in de zin van artikel 389, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Onverminderd artikel 379, derde lid, boek 2 van het Burgerlijk Wetboekdient de beleggingsinstelling onder de overige gegevens, bedoeld in artikel 19, tweede lid, aan te geven:
a. het totale persoonlijke belang dat de leden van de directie en van de raad van commissarissen van de beleggingsinstelling bij een belegging van de beleggingsinstelling hebben of op enig moment gedurende het boekjaar hebben gehad;
b. het totale aantal grote beleggers dat in haarzelf of haar dochtermaatschappijen heeft belegd;
c. het totale aantal transacties van haarzelf of haar dochtermaatschappijen met de grote beleggers alsmede het totale bedrag dat met deze transacties is gemoeid.
3. De verplichting, bedoeld in het tweede lid, onder c, geldt niet voor transacties terzake van de aan- en verkoop van deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling of haar dochtermaatschappijen en ook niet voor transacties terzake van de aan- en verkoop van effecten die genoteerd zijn op een door de toezichthoudende autoriteit aan te wijzen effectenbeurs. Bij de vermelding dient een splitsing te worden aangebracht tussen transacties die de beleggingsportefeuille van de beleggingsinstelling betreffen en overige transacties.
4. Indien de beleggingsinstelling aan een van de in het tweede lid, onder ben c, genoemde informatievereisten niet kan voldoen, dient zij dit te vermelden onder de overige gegevens, bedoeld in artikel 19, tweede lid.
5. De informatievereisten, bedoeld in het tweede lid, onder ben c, ten aanzien van dochtermaatschappijen, gelden niet indien de beleggingsinstelling de enige grote belegger in haar dochtermaatschappij is.
a. een sluitend overzicht van het verloop gedurende het boekjaar van de beleggingen waarbij de beleggingen worden onderscheiden naar soort;
b. de samenstelling van de beleggingen per het einde van het boekjaar, uitgesplitst volgens maatstaven die het best passen bij het beleggingsbeleid van de instelling;
c. een vergelijkend overzicht over de laatste drie jaren van de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling, het aantal uitstaande rechten van deelneming en de intrinsieke waarde per recht van deelneming, een en ander per het einde van het boekjaar;
d. een mededeling in hoeverre beleggingen, met uitzondering van beleggingen in effecten die tot de notering aan een effectenbeurs zijn toegelaten, door een beëdigde taxateur zijn getaxeerd, volgens welke methode de taxatie heeft plaatsgevonden, alsmede de regelmaat waarmee deze taxaties worden verricht;
e. het bedrag der verplichtingen, onderscheiden naar soort per het einde van het boekjaar, die voortvloeien uit dekkingstransacties met betrekking tot koers- en wisselkoersrisico in verband met de beleggingen, voor zover een en ander niet reeds in de balans en winst- en verliesrekening is begrepen;
f. een gespecificeerde opgave van die beleggingen van de beleggingsinstelling die deelnemingen zijn in de zin van artikel 389, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Onverminderd artikel 379, derde lid, boek 2 van het Burgerlijk Wetboekdient de beleggingsinstelling onder de overige gegevens, bedoeld in artikel 19, tweede lid, aan te geven:
a. het totale persoonlijke belang dat de leden van de directie en van de raad van commissarissen van de beleggingsinstelling bij een belegging van de beleggingsinstelling hebben of op enig moment gedurende het boekjaar hebben gehad;
b. het totale aantal grote beleggers dat in haarzelf of haar dochtermaatschappijen heeft belegd;
c. het totale aantal transacties van haarzelf of haar dochtermaatschappijen met de grote beleggers alsmede het totale bedrag dat met deze transacties is gemoeid.
3. De verplichting, bedoeld in het tweede lid, onder c, geldt niet voor transacties terzake van de aan- en verkoop van deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling of haar dochtermaatschappijen en ook niet voor transacties terzake van de aan- en verkoop van effecten die genoteerd zijn op een door de toezichthoudende autoriteit aan te wijzen effectenbeurs. Bij de vermelding dient een splitsing te worden aangebracht tussen transacties die de beleggingsportefeuille van de beleggingsinstelling betreffen en overige transacties.
4. Indien de beleggingsinstelling aan een van de in het tweede lid, onder ben c, genoemde informatievereisten niet kan voldoen, dient zij dit te vermelden onder de overige gegevens, bedoeld in artikel 19, tweede lid.
5. De informatievereisten, bedoeld in het tweede lid, onder ben c, ten aanzien van dochtermaatschappijen, gelden niet indien de beleggingsinstelling de enige grote belegger in haar dochtermaatschappij is.