BWBR0004866
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 11
Besluit toezicht beleggingsinstellingen
1. Een voorgenomen benoeming van personen als bedoeld in artikel 11adient aan de toezichthoudende autoriteit te worden gemeld. Deze benoeming kan niet rechtsgeldig geschieden dan nadat de toezichthoudende autoriteit zijn instemming heeft verleend.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde melding legt de beleggingsinstelling over:
a. de namen van de personen, bedoeld in artikel 11a, alsmede bescheiden en gegevens op basis waarvan de toezichthoudende autoriteit kan beoordelen of deze personen voldoen aan de vereisten, bedoeld in artikel 11a;
b. overige gegevens en bescheiden die de toezichthoudende autoriteit naar zijn oordeel redelijkerwijs nodig heeft in het belang van de beoordeling van de voorgenomen benoeming.
3. Instemming wordt geacht te zijn verkregen indien de toezichthoudende autoriteit het voorstel tot benoeming niet heeft afgewezen binnen vier weken na ontvangst van het voorstel of, indien hij daarom heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van de nadere inlichtingen.
4. Ter voldoening aan het eerste lid en het tweede lid kunnen de in het tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden rechtstreeks door de bewaarder aan de toezichthoudende autoriteit worden overgelegd.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde melding legt de beleggingsinstelling over:
a. de namen van de personen, bedoeld in artikel 11a, alsmede bescheiden en gegevens op basis waarvan de toezichthoudende autoriteit kan beoordelen of deze personen voldoen aan de vereisten, bedoeld in artikel 11a;
b. overige gegevens en bescheiden die de toezichthoudende autoriteit naar zijn oordeel redelijkerwijs nodig heeft in het belang van de beoordeling van de voorgenomen benoeming.
3. Instemming wordt geacht te zijn verkregen indien de toezichthoudende autoriteit het voorstel tot benoeming niet heeft afgewezen binnen vier weken na ontvangst van het voorstel of, indien hij daarom heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van de nadere inlichtingen.
4. Ter voldoening aan het eerste lid en het tweede lid kunnen de in het tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden rechtstreeks door de bewaarder aan de toezichthoudende autoriteit worden overgelegd.