BWBR0004809
Geldig vanaf 2005-07-16
Artikel 6
Wet toezicht beleggingsinstellingen
1. Indien de in artikel 5bedoelde aanvrager een beleggingsmaatschappij of een beheerder is die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbiedt:
a. waarvan het statutaire of reglementaire doel uitsluitend is het beleggen in effecten of deposito's met toepassing van het beginsel van risicospreiding;
b. waarvan de rechten van deelneming zonder beperkingen in Nederland kunnen worden aangeboden en op verzoek van de deelnemer ten laste van het vermogen van de beleggingsinstelling rechtstreeks of middellijk worden ingekocht of terugbetaald; en
c. waarvan de zetel en het hoofdkantoor, of wanneer het een beleggingsfonds betreft, die van de beheerder, in Nederland is gelegen;
moet de aanvrager in aanvulling op artikel 5, eerste lid onder a tot en met e, aantonen dat de beheerder, de beleggingsinstelling en de bewaarder voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen aanvullende eisen.
2. Indien de beheerder bedoeld in het eerste lid:
a. een dochteronderneming is van een andere beheerder, van een effecteninstelling, van een kredietinstelling of van een verzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; of
b. een dochteronderneming is van de moederonderneming van een andere beheerder, van een effecteninstelling, van een kredietinstelling of een verzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; of
c. onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen die de zeggenschap hebben over een andere beheerder, over een effecteninstelling, over een kredietinstelling of over een verzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend, verleent Onze Minister geen vergunning alvorens het bevoegde gezag van de andere betrokken lidstaat of lidstaten te hebben geraadpleegd.
3. De werkzaamheden van de beheerder, bedoeld in het eerste lid, zijn beperkt tot het beheer van beleggingsinstellingen.
4. In afwijking van het derde lid is het een beheerder toegestaan om als vermogensbeheerder als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onder c, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>diensten aan te bieden of te verrichten indien de beheerder aantoont dat voldaan wordt aan de op grond van <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, vierde lid</a>en <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11, eerste tot en met derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Het is een beheerder die een vergunning heeft tevens toegestaan om diensten te verrichten als bedoeld onder 1 en 6 van deel C van de bijlage bij richtlijn 93/22/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2000/64/EGvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2000 (PbEG L 290).
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het aanbieden of verrichten van diensten als bedoeld in het vierde lid.
6. De activa van de beleggingsinstelling worden bewaard door een van haar onafhankelijke bewaarder. Volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan van dit vereiste worden afgeweken.
7. De bewaarder van de beleggingsinstelling heeft zijn zetel in een lidstaat en heeft een vestiging in Nederland.
8. Artikel 5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. waarvan het statutaire of reglementaire doel uitsluitend is het beleggen in effecten of deposito's met toepassing van het beginsel van risicospreiding;
b. waarvan de rechten van deelneming zonder beperkingen in Nederland kunnen worden aangeboden en op verzoek van de deelnemer ten laste van het vermogen van de beleggingsinstelling rechtstreeks of middellijk worden ingekocht of terugbetaald; en
c. waarvan de zetel en het hoofdkantoor, of wanneer het een beleggingsfonds betreft, die van de beheerder, in Nederland is gelegen;
moet de aanvrager in aanvulling op artikel 5, eerste lid onder a tot en met e, aantonen dat de beheerder, de beleggingsinstelling en de bewaarder voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen aanvullende eisen.
2. Indien de beheerder bedoeld in het eerste lid:
a. een dochteronderneming is van een andere beheerder, van een effecteninstelling, van een kredietinstelling of van een verzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; of
b. een dochteronderneming is van de moederonderneming van een andere beheerder, van een effecteninstelling, van een kredietinstelling of een verzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; of
c. onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen die de zeggenschap hebben over een andere beheerder, over een effecteninstelling, over een kredietinstelling of over een verzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend, verleent Onze Minister geen vergunning alvorens het bevoegde gezag van de andere betrokken lidstaat of lidstaten te hebben geraadpleegd.
3. De werkzaamheden van de beheerder, bedoeld in het eerste lid, zijn beperkt tot het beheer van beleggingsinstellingen.
4. In afwijking van het derde lid is het een beheerder toegestaan om als vermogensbeheerder als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onder c, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>diensten aan te bieden of te verrichten indien de beheerder aantoont dat voldaan wordt aan de op grond van <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, vierde lid</a>en <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11, eerste tot en met derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Het is een beheerder die een vergunning heeft tevens toegestaan om diensten te verrichten als bedoeld onder 1 en 6 van deel C van de bijlage bij richtlijn 93/22/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2000/64/EGvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2000 (PbEG L 290).
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het aanbieden of verrichten van diensten als bedoeld in het vierde lid.
6. De activa van de beleggingsinstelling worden bewaard door een van haar onafhankelijke bewaarder. Volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan van dit vereiste worden afgeweken.
7. De bewaarder van de beleggingsinstelling heeft zijn zetel in een lidstaat en heeft een vestiging in Nederland.
8. Artikel 5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.