BWBR0004172
Geldig vanaf 1987-07-20
Artikel 17
Dagloonregels Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. Met afwijking voor zoveel nodig van het bepaalde in de voorgaande artikelen zijn ten aanzien van de berekening van het dagloon voor de werknemer, die na ontslag uit een dienstbetrekking hetzij onmiddellijk, hetzij binnen 12 maanden na de ingang van dat ontslag, opnieuw arbeid in dienstbetrekking heeft aanvaard, de volgende bepalingen van dit artikel van toepassing, tenzij het bedoelde ontslag valt binnen de in het derde lid genoemde periode van 36 maanden, welke ingevolge een eerdere toepassing van dat lid ten aanzien van de werknemer in acht moet worden genomen.
2. Voor toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
3. Indien het dagloon, uitsluitend berekend naar de in het eerste lid bedoelde na het primaire ontslag aanvaarde arbeid, lager zou zijn dan het primaire dagloon, wordt niettemin gedurende elke door ontslag ontstane werkloosheidsperiode, welke binnen 36 maanden na het primaire ontslag aanvangt, het dagloon vastgesteld op een bedrag, dat niet lager is dan het primaire dagloon. Indien de werknemer op de datum van het primaire ontslag 55 jaar of ouder is, is de in de vorige zin genoemde termijn van 36 maanden niet van toepassing.
4. Met betrekking tot de werknemer op wie het bepaalde in artikel 10, eerste lidvan toepassing is, wordt het bepaalde in het vorige lid op deze wijze toegepast, dat eerst het dagloon en het primaire dagloon worden vastgesteld zonder toepassing van artikel 10, eerste lid. Indien het op deze wijze berekende dagloon lager is dan het op deze wijze berekende primaire dagloon, wordt het dagloon vastgesteld op een bedrag dat niet lager is dan het primaire dagloon. Op vorenbedoeld bedrag wordt vervolgens het bepaalde in artikel 10, eerste lidtoegepast.
5. Het in het derde lid bepaalde geldt niet, indien:
a. de primaire werkloosheid een verwijtbare werkloosheid is;
b. de werknemer bij de ingang van het primaire ontslag of gedurende de werkloosheidsperiode, waarover uitkering wordt toegekend, moet worden beschouwd als een werknemer op wie het bepaalde in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, artikel 8, artikel 12 of van artikel 14, eerste lid, van toepassing is.
6. De in het eerste lid genoemde termijn van 12 maanden wordt verlengd met in deze periode gelegen perioden van arbeidsongeschiktheid.
2. Voor toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
3. Indien het dagloon, uitsluitend berekend naar de in het eerste lid bedoelde na het primaire ontslag aanvaarde arbeid, lager zou zijn dan het primaire dagloon, wordt niettemin gedurende elke door ontslag ontstane werkloosheidsperiode, welke binnen 36 maanden na het primaire ontslag aanvangt, het dagloon vastgesteld op een bedrag, dat niet lager is dan het primaire dagloon. Indien de werknemer op de datum van het primaire ontslag 55 jaar of ouder is, is de in de vorige zin genoemde termijn van 36 maanden niet van toepassing.
4. Met betrekking tot de werknemer op wie het bepaalde in artikel 10, eerste lidvan toepassing is, wordt het bepaalde in het vorige lid op deze wijze toegepast, dat eerst het dagloon en het primaire dagloon worden vastgesteld zonder toepassing van artikel 10, eerste lid. Indien het op deze wijze berekende dagloon lager is dan het op deze wijze berekende primaire dagloon, wordt het dagloon vastgesteld op een bedrag dat niet lager is dan het primaire dagloon. Op vorenbedoeld bedrag wordt vervolgens het bepaalde in artikel 10, eerste lidtoegepast.
5. Het in het derde lid bepaalde geldt niet, indien:
a. de primaire werkloosheid een verwijtbare werkloosheid is;
b. de werknemer bij de ingang van het primaire ontslag of gedurende de werkloosheidsperiode, waarover uitkering wordt toegekend, moet worden beschouwd als een werknemer op wie het bepaalde in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, artikel 8, artikel 12 of van artikel 14, eerste lid, van toepassing is.
6. De in het eerste lid genoemde termijn van 12 maanden wordt verlengd met in deze periode gelegen perioden van arbeidsongeschiktheid.