BWBR0004172
Geldig vanaf 1987-07-20
Artikel 8
Dagloonregels Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
Het dagloon van de werknemer, wiens beroep is musicus of artiest en die anders dan in het kader van een vaste dienstbetrekking op basis van uitsluitend of vrijwel uitsluitend losse optredens in zijn beroep werkzaam is geweest, wordt met uitsluiting van het bepaalde in artikel 10, eerste lid, als volgt vastgesteld:
a. indien de werknemer in het jaar aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies onmiddellijk voorafgaande op ten minste 130 dagen, al dan niet als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, in zijn beroep werkzaam is geweest, wordt het dagloon berekend op de wijze als is aangegeven in de artikelen 4, tweede lid, en 5, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van een periode van 52 kalender- of loonweken in plaats van 26 en van het loon, dat de werknemer in die periode in dienstbetrekking in zijn beroep heeft genoten;
b. indien de werknemer in het jaar aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies onmiddellijk voorafgaande niet op ten minste 130 dagen als onder a bedoeld heeft gewerkt, wordt het dagloon vastgesteld op het loon, dat de werknemer in de 52 kalender- of loonweken aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande in dienstbetrekking in zijn beroep heeft genoten, gedeeld door 130, met dien verstande, dat het dagloon niet lager wordt gesteld dan op het wettelijk minimumloon voor een volledige werkdag.
a. indien de werknemer in het jaar aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies onmiddellijk voorafgaande op ten minste 130 dagen, al dan niet als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, in zijn beroep werkzaam is geweest, wordt het dagloon berekend op de wijze als is aangegeven in de artikelen 4, tweede lid, en 5, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van een periode van 52 kalender- of loonweken in plaats van 26 en van het loon, dat de werknemer in die periode in dienstbetrekking in zijn beroep heeft genoten;
b. indien de werknemer in het jaar aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies onmiddellijk voorafgaande niet op ten minste 130 dagen als onder a bedoeld heeft gewerkt, wordt het dagloon vastgesteld op het loon, dat de werknemer in de 52 kalender- of loonweken aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande in dienstbetrekking in zijn beroep heeft genoten, gedeeld door 130, met dien verstande, dat het dagloon niet lager wordt gesteld dan op het wettelijk minimumloon voor een volledige werkdag.