BWBR0004172
Geldig vanaf 1987-07-20
Artikel 3
Dagloonregels Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. Voor de werknemer, die een bepaald beroep gewoonlijk uitoefende, wordt het dagloon vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de volgende artikelen van dit hoofdstuk.
2. In die artikelen wordt onder beroep verstaan het in het vorige lid bedoelde beroep, behoudens dat:
a. voor de werknemer, die werkloos is als gevolg van een regeling tot toepassing van een kortere dan de voor hem normale werktijd, als beroep wordt aangemerkt het beroep, dat hij uitoefent in de dienstbetrekking, waarvoor de vorenbedoelde regeling geldt;
b. onverminderd het onder a bepaalde voor de werknemer, aan wie ouderdomspensioen ter zake van door hem verrichte werkzaamheden is toegekend en die sedert de dag van ingang van dat pensioen in tenminste 13 weken als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet heeft gewerkt, als beroep wordt aangemerkt het beroep, dat hij na ingang van dat pensioen laatstelijk uitoefende.
2. In die artikelen wordt onder beroep verstaan het in het vorige lid bedoelde beroep, behoudens dat:
a. voor de werknemer, die werkloos is als gevolg van een regeling tot toepassing van een kortere dan de voor hem normale werktijd, als beroep wordt aangemerkt het beroep, dat hij uitoefent in de dienstbetrekking, waarvoor de vorenbedoelde regeling geldt;
b. onverminderd het onder a bepaalde voor de werknemer, aan wie ouderdomspensioen ter zake van door hem verrichte werkzaamheden is toegekend en die sedert de dag van ingang van dat pensioen in tenminste 13 weken als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet heeft gewerkt, als beroep wordt aangemerkt het beroep, dat hij na ingang van dat pensioen laatstelijk uitoefende.