BWBR0004172
Geldig vanaf 1987-07-20
Artikel 13a
Dagloonregels Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. Indien de uitkeringsgerechtigde op de dag, waarop hij zijn arbeidsuren verliest de leeftijd nog niet heeft bereikt, waarop hij recht kan doen gelden op het minimumloon als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag(Stb. 1968, 657), terwijl hij, ware hij niet werkloos, met ingang van een daarna gelegen dag, krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag,zoals deze op de dag, waarop op het arbeidsurenverlies optreedt, luidde, aanspraak zou hebben gehad op een hoger loon op grond van zijn leeftijd, wordt met ingang van laatstbedoelde dag dat hogere loon aan zijn dagloon ten grondslag gelegd.
2. Telkens alvorens het dagloon in verband met de leeftijd ingevolge het bepaalde in het eerste lid wordt herzien vindt ten aanzien van dit dagloon het bepaalde bij of krachtens, dan wel met betrekking tot de toepassing van, artikel 46 van de Werkloosheidswetovereenkomstige toepassing, alsof bedoeld dagloon was vastgesteld op de dag, waarop het arbeidsurenverlies optrad.
3. Het bepaalde in artikel 10is van overeenkomstige toepassing.
2. Telkens alvorens het dagloon in verband met de leeftijd ingevolge het bepaalde in het eerste lid wordt herzien vindt ten aanzien van dit dagloon het bepaalde bij of krachtens, dan wel met betrekking tot de toepassing van, artikel 46 van de Werkloosheidswetovereenkomstige toepassing, alsof bedoeld dagloon was vastgesteld op de dag, waarop het arbeidsurenverlies optrad.
3. Het bepaalde in artikel 10is van overeenkomstige toepassing.