BWBR0004172
Geldig vanaf 1987-07-20
Artikel 14
Dagloonregels Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. Het dagloon van de werknemer, die op de eerste werkloosheidsdag, of op de eerste dag van herleving van het recht op werkloosheidsuitkering, een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringnaar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80% ontvangt of – indien het bepaalde in artikel 25, 28, 30 of 33 van die wet te zijnen aanzien niet van toepassing was, – zou ontvangen, is gelijk aan het dagloon, berekend volgens de bij en krachtens die wet vastgestelde bepalingen. Het aldus berekende dagloon wordt evenredig verlaagd door het dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, waarin de werknemer is ingedeeld en de noemer door het getal 100.
2. Indien de werknemer, bedoeld in het eerste lid, op een tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringwordt ingedeeld in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse dan die, welke bij de evenredige verlaging is gehanteerd, wordt het krachtens de eerste volzin van dat lid berekende dagloon evenredig verlaagd door dat dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de nieuwe arbeidsongeschiktheidsklasse en de noemer door het getal 100.
3. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de werknemer, bedoeld in het eerste lid, op een tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, niet meer volledig wordt uitbetaald op grond van artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt het krachtens de eerste zin van het eerste lid berekende dagloon evenredig verlaagd door dat dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, die bij de toepassing van laatstgenoemd artikel in acht wordt genomen, en de noemer door het getal 100.
4. Voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, op een tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, wordt ingetrokken dan wel niet meer wordt uitbetaald op grond van artikel 43, eerste lid, of artikel 44, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering, is het dagloon het krachtens de eerste zin van het eerste lid berekende dagloon.
5. Dit artikel is niet van toepassing indien en zolang bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid rekening wordt gehouden met de arbeid die de werknemer, na het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid, heeft verricht in de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden.
6. Dit artikel is evenmin van toepassing indien de werknemer, bedoeld in het eerste lid, een wachtgeld als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringenontleent of mede ontleent aan de dienstbetrekking waaraan hij zijn uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringontleent of mede ontleent, tenzij hij aan die dienstbetrekking tevens een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswetontleent.
2. Indien de werknemer, bedoeld in het eerste lid, op een tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringwordt ingedeeld in een andere arbeidsongeschiktheidsklasse dan die, welke bij de evenredige verlaging is gehanteerd, wordt het krachtens de eerste volzin van dat lid berekende dagloon evenredig verlaagd door dat dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de nieuwe arbeidsongeschiktheidsklasse en de noemer door het getal 100.
3. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de werknemer, bedoeld in het eerste lid, op een tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, niet meer volledig wordt uitbetaald op grond van artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt het krachtens de eerste zin van het eerste lid berekende dagloon evenredig verlaagd door dat dagloon te vermenigvuldigen met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse, die bij de toepassing van laatstgenoemd artikel in acht wordt genomen, en de noemer door het getal 100.
4. Voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, op een tijdstip na de dagloonberekening overeenkomstig dat lid, wordt ingetrokken dan wel niet meer wordt uitbetaald op grond van artikel 43, eerste lid, of artikel 44, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering, is het dagloon het krachtens de eerste zin van het eerste lid berekende dagloon.
5. Dit artikel is niet van toepassing indien en zolang bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid rekening wordt gehouden met de arbeid die de werknemer, na het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid, heeft verricht in de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden.
6. Dit artikel is evenmin van toepassing indien de werknemer, bedoeld in het eerste lid, een wachtgeld als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringenontleent of mede ontleent aan de dienstbetrekking waaraan hij zijn uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringontleent of mede ontleent, tenzij hij aan die dienstbetrekking tevens een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswetontleent.