BWBR0002667
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 42
Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
1. Het in artikel 15, onder a, van de wetvervatte verbod geldt niet voor het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen voor product- of materiaalhergebruik of van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen, indien:
de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen lager is dan de desbetreffende bij of krachtens artikel 3.20of 3.21, in samenhang met artikel 3.22, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingvastgestelde vrijgavewaarde.
2. Het bepaalde bij of krachtens artikel 3.17, tweede en zesde lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingen artikel 41, vierde lid, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.
3. Het in artikel 15, onder a, van de wetvervatte verbod geldt niet voor het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen voor product- of materiaalhergebruik of van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen, indien het betreft:
a. ingekapselde bronnen die worden teruggenomen door degene die de bron heeft vervaardigd of geleverd;
b. een feitelijke levering van splijtstoffen of ertsen door enkele overgave aan een derde met het oog op: 1°. gebruik, product- of materiaalhergebruik van splijtstoffen of ertsen,
2°. inzameling van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
1°. gebruik, product- of materiaalhergebruik van splijtstoffen of ertsen,
2°. inzameling van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
c. een afgifte aan een krachtens artikel 22, vierde lid, van de wet aangewezen instelling voor ontvangst van in bezit genomen splijtstoffen of ertsen;
d. het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen door afgifte aan een door de Autoriteit erkende ophaaldienst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
e. een afgifte aan een door de Autoriteit aangewezen instelling voor de ontvangst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen.
4. Het derde lid geldt alleen indien de ondernemer zich ervan heeft vergewist dat de ontvanger in het bezit is van een vergunning voor de desbetreffende handeling of anderszins gerechtigd is de stoffen te ontvangen.
5. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwetis paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrechtniet van toepassing op de aanvraag om een erkenning van een ophaaldienst of een aanwijzing van een instelling voor de ontvangst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen als bedoeld in het derde lid.
de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen lager is dan de desbetreffende bij of krachtens artikel 3.20of 3.21, in samenhang met artikel 3.22, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingvastgestelde vrijgavewaarde.
2. Het bepaalde bij of krachtens artikel 3.17, tweede en zesde lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingen artikel 41, vierde lid, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.
3. Het in artikel 15, onder a, van de wetvervatte verbod geldt niet voor het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen voor product- of materiaalhergebruik of van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen, indien het betreft:
a. ingekapselde bronnen die worden teruggenomen door degene die de bron heeft vervaardigd of geleverd;
b. een feitelijke levering van splijtstoffen of ertsen door enkele overgave aan een derde met het oog op: 1°. gebruik, product- of materiaalhergebruik van splijtstoffen of ertsen,
2°. inzameling van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
1°. gebruik, product- of materiaalhergebruik van splijtstoffen of ertsen,
2°. inzameling van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
c. een afgifte aan een krachtens artikel 22, vierde lid, van de wet aangewezen instelling voor ontvangst van in bezit genomen splijtstoffen of ertsen;
d. het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen door afgifte aan een door de Autoriteit erkende ophaaldienst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen;
e. een afgifte aan een door de Autoriteit aangewezen instelling voor de ontvangst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen.
4. Het derde lid geldt alleen indien de ondernemer zich ervan heeft vergewist dat de ontvanger in het bezit is van een vergunning voor de desbetreffende handeling of anderszins gerechtigd is de stoffen te ontvangen.
5. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwetis paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrechtniet van toepassing op de aanvraag om een erkenning van een ophaaldienst of een aanwijzing van een instelling voor de ontvangst van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen als bedoeld in het derde lid.