BWBR0002667
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 3
Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
1. De aanvraag om een vergunning voor handelingen binnen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, of op een locatie waarop een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgevingwordt verricht, wordt ingediend door degene die de inrichting drijft of de milieubelastende activiteit verricht.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft niet de handelingen die worden verricht door een persoon die in het bezit is van een vergunning voor het op steeds wisselende plaatsen verrichten van zodanige handelingen.
3. De aanvraag bevat:
a. naam en adres van de aanvrager;
b. een feitelijke omschrijving van hetgeen de aanvrager met de betrokken splijtstoffen of ertsen wenst te doen onderscheidenlijk een aanduiding van de betrokken inrichting, uitrusting of locatie, onder vermelding van het gebruik, dat de aanvrager van die inrichting, uitrusting of locatie wenst te maken;
c. voor zover een of meer der in de artikelen 4 tot en met 11 vervatte bepalingen op de betrokken aanvraag van toepassing zijn, de gegevens, welke de aanvraag uit dien hoofde in het bijzonder dient te bevatten dan wel, ingeval zodanige gegevens in een bij de aanvraag behorende bijlage zijn vermeld, een korte aanduiding van de aard en de inhoud dezer gegevens met verwijzing naar de betrokken bijlage;
d. een opgave van de tijdsduur, waarvoor de vergunning wordt verlangd;
e. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die in de krachtens artikel 19 in samenhang met artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming geldende regeling, als gerechtvaardigd is bekendgemaakt, een verwijzing naar die bekendmaking;
f. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt in de krachtens artikel 19 in samenhang met artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming geldende regeling, een verzoek om rechtvaardiging van die handeling en tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
4. Aanvragen om een vergunning, welke vallen onder verschillende bepalingen van de paragrafen 2en 3, kunnen, voor zover die aanvragen betrekking hebben op dezelfde inrichting, uitrusting of locatie dan wel op inrichtingen, uitrustingen of locaties, die tezamen een geheel vormen en die in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, in de vorm van een enkele, samengestelde aanvraag worden ingediend. Op zodanige aanvraag zijn alle bepalingen van toepassing, welke betrekking hebben op de afzonderlijke aanvragen, waaruit zij is samengesteld, met dien verstande dat in gevallen, waarin onverkorte toepassing dezer bepalingen zou leiden tot meervoudige vermelding van eenzelfde gegeven, met een enkelvoudige vermelding kan worden volstaan.
5. Indien een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een inrichting, uitrusting of locatie, ten aanzien waarvan reeds eerder een aanvraag is ingediend, kan, voor zover bepaalde gegevens reeds bij de eerdere aanvraag zijn verstrekt en geen wijziging hebben ondergaan, naar die eerdere aanvraag worden verwezen.
6. De Autoriteit kan de indiening van verdere afschriften van de aanvraag of van daarbij behorende bijlagen verlangen.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft niet de handelingen die worden verricht door een persoon die in het bezit is van een vergunning voor het op steeds wisselende plaatsen verrichten van zodanige handelingen.
3. De aanvraag bevat:
a. naam en adres van de aanvrager;
b. een feitelijke omschrijving van hetgeen de aanvrager met de betrokken splijtstoffen of ertsen wenst te doen onderscheidenlijk een aanduiding van de betrokken inrichting, uitrusting of locatie, onder vermelding van het gebruik, dat de aanvrager van die inrichting, uitrusting of locatie wenst te maken;
c. voor zover een of meer der in de artikelen 4 tot en met 11 vervatte bepalingen op de betrokken aanvraag van toepassing zijn, de gegevens, welke de aanvraag uit dien hoofde in het bijzonder dient te bevatten dan wel, ingeval zodanige gegevens in een bij de aanvraag behorende bijlage zijn vermeld, een korte aanduiding van de aard en de inhoud dezer gegevens met verwijzing naar de betrokken bijlage;
d. een opgave van de tijdsduur, waarvoor de vergunning wordt verlangd;
e. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die in de krachtens artikel 19 in samenhang met artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming geldende regeling, als gerechtvaardigd is bekendgemaakt, een verwijzing naar die bekendmaking;
f. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt in de krachtens artikel 19 in samenhang met artikel 2.3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming geldende regeling, een verzoek om rechtvaardiging van die handeling en tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
4. Aanvragen om een vergunning, welke vallen onder verschillende bepalingen van de paragrafen 2en 3, kunnen, voor zover die aanvragen betrekking hebben op dezelfde inrichting, uitrusting of locatie dan wel op inrichtingen, uitrustingen of locaties, die tezamen een geheel vormen en die in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn gelegen, in de vorm van een enkele, samengestelde aanvraag worden ingediend. Op zodanige aanvraag zijn alle bepalingen van toepassing, welke betrekking hebben op de afzonderlijke aanvragen, waaruit zij is samengesteld, met dien verstande dat in gevallen, waarin onverkorte toepassing dezer bepalingen zou leiden tot meervoudige vermelding van eenzelfde gegeven, met een enkelvoudige vermelding kan worden volstaan.
5. Indien een aanvraag om een vergunning betrekking heeft op een inrichting, uitrusting of locatie, ten aanzien waarvan reeds eerder een aanvraag is ingediend, kan, voor zover bepaalde gegevens reeds bij de eerdere aanvraag zijn verstrekt en geen wijziging hebben ondergaan, naar die eerdere aanvraag worden verwezen.
6. De Autoriteit kan de indiening van verdere afschriften van de aanvraag of van daarbij behorende bijlagen verlangen.