BWBR0002667
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 5
Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
1. De aanvraag om een vergunning voor het zich ontdoen van splijtstoffen bevat in ieder geval:
a. een opgave van de hoeveelheden, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, zomede een zo nauwkeurig mogelijke opgave van de activiteit der splijtstoffen;
b. een opgave en beschrijving van de plaats, waar en de wijze, waarop de aanvrager zich van de splijtstoffen wenst te ontdoen;
c. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade;
d. een risicoanalyse van de schade buiten de onder b bedoelde plaats als gevolg van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd;
e. een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
2. De aanvraag om een vergunning voor het zich ontdoen van ertsen bevat in ieder geval:
a. een opgave van de aard, de hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte der ertsen;
b. een opgave en beschrijving van de plaats, waar en de wijze, waarop de aanvrager zich van de ertsen wenst te ontdoen;
c. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade;
d. een risicoanalyse van de schade buiten de onder b bedoelde plaats als gevolg van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd;
e. een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
a. een opgave van de hoeveelheden, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, zomede een zo nauwkeurig mogelijke opgave van de activiteit der splijtstoffen;
b. een opgave en beschrijving van de plaats, waar en de wijze, waarop de aanvrager zich van de splijtstoffen wenst te ontdoen;
c. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade;
d. een risicoanalyse van de schade buiten de onder b bedoelde plaats als gevolg van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd;
e. een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.
2. De aanvraag om een vergunning voor het zich ontdoen van ertsen bevat in ieder geval:
a. een opgave van de aard, de hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte der ertsen;
b. een opgave en beschrijving van de plaats, waar en de wijze, waarop de aanvrager zich van de ertsen wenst te ontdoen;
c. een beschrijving van de maatregelen, welke door of vanwege de aanvrager zullen worden getroffen ter voorkoming van schade;
d. een risicoanalyse van de schade buiten de onder b bedoelde plaats als gevolg van de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd;
e. een opgave van alle handelingen met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die kennisgevingsplichtig, registratieplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming of het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.