BWBR0002667
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 22g
Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
1. De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, beoordeelt elke tien jaar of het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, voldoet aan de stand van de techniek. Daartoe worden de getroffen beveiligingsmaatregelen vergeleken met de op dat moment meest doeltreffende technieken die economisch en technisch gezien redelijkerwijs haalbaar zijn voor het bereiken van een hoog niveau van beveiliging. Indien de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet op grond van de voorschriften in de vergunning een tienjaarlijkse evaluatie voor de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming moet uitvoeren, dan wordt de beoordeling tegelijkertijd met deze evaluatie uitgevoerd.
2. De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wetde past het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, aan voor zover de resultaten van de in het eerste lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven.
3. De Autoriteit kan de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wetopdragen een of meer extra beoordelingen binnen het tijdvak van tien jaar te doen indien dat naar zijn oordeel met het oog op het niveau van beveiliging noodzakelijk is.
2. De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wetde past het beveiligingspakket, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, aan voor zover de resultaten van de in het eerste lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven.
3. De Autoriteit kan de houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wetopdragen een of meer extra beoordelingen binnen het tijdvak van tien jaar te doen indien dat naar zijn oordeel met het oog op het niveau van beveiliging noodzakelijk is.