BWBR0040179
Geldig vanaf 2018-02-06
Artikel 3.22
Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
1. Afdeling 3.2is niet van toepassing op handelingen met radioactieve materialen die van nature voorkomende radionucliden bevatten welke het resultaat zijn van handelingen waarvoor een vergunning krachtens artikel 15 van de wetis vereist en waarbij natuurlijke radionucliden worden verwerkt vanwege hun eigenschappen als splijtstof of kweekstof, welke materialen bestemd zijn voor verwijdering, recycling of hergebruik, en het voorhanden hebben daarvan:
a. waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof niet hoger is dan de desbetreffende in bijlage 3, onderdeel B, tabel A, deel 1, opgenomen vrijgavewaarde, of
b. waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof niet hoger is dan de desbetreffende krachtens het derde lid vastgestelde vrijgavewaarde.
2. Artikel 3.17, tweede lid, zesde lid en negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij regeling van Onze Minister kunnen, indien het belang van de stralingsbescherming zich daar niet tegen verzet, voor andere radionucliden dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vrijgavewaarden en daarmee verbonden regels worden vastgesteld.
4. Bij de vaststelling van de in het derde lid bedoelde vrijgavewaarden en daarmee verbonden regels worden de algemene criteria voor kunstmatige radionucliden, opgenomen in bijlage 3, onderdeel A, onderdeel 3, in acht genomen en worden bij de beoordeling van de wenselijkheid van de vrijgave de met het oog op stralingsbescherming relevante factoren in aanmerking genomen. De krachtens artikel 3.17, achtste lid, gestelde regels zijn van toepassing.
a. waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof niet hoger is dan de desbetreffende in bijlage 3, onderdeel B, tabel A, deel 1, opgenomen vrijgavewaarde, of
b. waarvan de activiteitsconcentratie van de radionucliden in de betrokken radioactieve stof niet hoger is dan de desbetreffende krachtens het derde lid vastgestelde vrijgavewaarde.
2. Artikel 3.17, tweede lid, zesde lid en negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij regeling van Onze Minister kunnen, indien het belang van de stralingsbescherming zich daar niet tegen verzet, voor andere radionucliden dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vrijgavewaarden en daarmee verbonden regels worden vastgesteld.
4. Bij de vaststelling van de in het derde lid bedoelde vrijgavewaarden en daarmee verbonden regels worden de algemene criteria voor kunstmatige radionucliden, opgenomen in bijlage 3, onderdeel A, onderdeel 3, in acht genomen en worden bij de beoordeling van de wenselijkheid van de vrijgave de met het oog op stralingsbescherming relevante factoren in aanmerking genomen. De krachtens artikel 3.17, achtste lid, gestelde regels zijn van toepassing.