BWBR0002667
Geldig vanaf 2025-01-01
Artikel 21
Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
1. Het is verboden in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, nucleaire drukapparatuur te gebruiken die niet is goedgekeurd door een daartoe door de Autoriteit aangewezen instelling.
2. De Autoriteit stelt in het belang van de veilige werking van nucleaire drukapparatuur in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, bij verordening de voorschriften vast waaraan die apparatuur moet voldoen.
3. De Autoriteit stelt bij verordening regels met betrekking tot het aanwijzen van de in het eerste lid bedoelde instellingen, de eisen waar deze instellingen aan moeten voldoen met het oog op de aanwijzing en de duur van de aanwijzing.
4. De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet:
a. laat voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur in die inrichting verrichten: 1°. een beoordeling van het ontwerp van de nucleaire drukapparatuur;
2°. een keuring van de fabricage van de nucleaire drukapparatuur;
3°. een keuring voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur;
1°. een beoordeling van het ontwerp van de nucleaire drukapparatuur;
2°. een keuring van de fabricage van de nucleaire drukapparatuur;
3°. een keuring voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur;
b. laat nucleaire drukapparatuur gedurende het gebruik keuren overeenkomstig een door de Autoriteit goedgekeurd keuringsprogramma.
5. De Autoriteit stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de wijze waarop de beoordelingen en keuringen, bedoeld in het vierde lid, worden verricht en goedkeuringen worden verleend.
6. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het in het eerste lid gestelde verbod mede geldt voor gebruik in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, van bij of krachtens die regeling aangewezen andere drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken. Het tweede tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing voor zover dat bij of krachtens die regeling is bepaald.
7. De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wethoudt met betrekking tot nucleaire drukapparatuur, die in zijn inrichting wordt of is geïnstalleerd, een administratie bij volgens bij verordening van de Autoriteit te stellen regels.
8. Goedkeuring van nucleaire drukapparatuur, die voor het in werking treden van dit artikel is verleend aan de hand van een keuring overeenkomstig het Stoombesluit, wordt gelijkgesteld met goedkeuring, verleend na een keuring overeenkomstig de krachtens het tweede lid bij verordening vastgestelde voorschriften.
2. De Autoriteit stelt in het belang van de veilige werking van nucleaire drukapparatuur in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, bij verordening de voorschriften vast waaraan die apparatuur moet voldoen.
3. De Autoriteit stelt bij verordening regels met betrekking tot het aanwijzen van de in het eerste lid bedoelde instellingen, de eisen waar deze instellingen aan moeten voldoen met het oog op de aanwijzing en de duur van de aanwijzing.
4. De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet:
a. laat voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur in die inrichting verrichten: 1°. een beoordeling van het ontwerp van de nucleaire drukapparatuur;
2°. een keuring van de fabricage van de nucleaire drukapparatuur;
3°. een keuring voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur;
1°. een beoordeling van het ontwerp van de nucleaire drukapparatuur;
2°. een keuring van de fabricage van de nucleaire drukapparatuur;
3°. een keuring voor de ingebruikneming van de nucleaire drukapparatuur;
b. laat nucleaire drukapparatuur gedurende het gebruik keuren overeenkomstig een door de Autoriteit goedgekeurd keuringsprogramma.
5. De Autoriteit stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de wijze waarop de beoordelingen en keuringen, bedoeld in het vierde lid, worden verricht en goedkeuringen worden verleend.
6. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het in het eerste lid gestelde verbod mede geldt voor gebruik in een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, van bij of krachtens die regeling aangewezen andere drukapparatuur die bij defecten de verspreiding van radioactiviteit kan veroorzaken. Het tweede tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing voor zover dat bij of krachtens die regeling is bepaald.
7. De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wethoudt met betrekking tot nucleaire drukapparatuur, die in zijn inrichting wordt of is geïnstalleerd, een administratie bij volgens bij verordening van de Autoriteit te stellen regels.
8. Goedkeuring van nucleaire drukapparatuur, die voor het in werking treden van dit artikel is verleend aan de hand van een keuring overeenkomstig het Stoombesluit, wordt gelijkgesteld met goedkeuring, verleend na een keuring overeenkomstig de krachtens het tweede lid bij verordening vastgestelde voorschriften.