BWBR0002402
Geldig vanaf 2017-08-01
Artikel 21
Kernenergiewet
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van de bij of krachtens artikel 15baangewezen belangen regels worden gesteld met betrekking tot daartoe bij de maatregel aangewezen categorieën van splijtstoffen, ertsen, inrichtingen of uitrustingen dan wel onderdelen van inrichtingen of uitrustingen. Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bij artikel 15gestelde verboden in daarbij aangewezen categorieën van gevallen niet gelden met betrekking tot splijtstoffen, ertsen, inrichtingen of uitrustingen, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de buitengebruikstelling en ontmanteling van bij of krachtens die maatregel aangewezen categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
4. Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.34, eerste en tweede lid, van de Omgevingswet</a>gestelde regels over activiteiten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van die wet</a>, alsmede <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/13.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13.5, eerste tot en met vijfde lid, van die wet</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij toepassing van het tweede lid het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor de bij of krachtens artikel 15baangewezen belangen, die de inrichting veroorzaakt.
5. Indien bij een maatregel krachtens het eerste lid tevens toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan de verplichting worden opgelegd tot het melden van de handelingen ten aanzien waarvan de bij artikel 15gestelde verboden niet gelden.
6. De <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4.4, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.5</a>en <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.22, tweede lid, van de Omgevingswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bij artikel 15gestelde verboden in daarbij aangewezen categorieën van gevallen niet gelden met betrekking tot splijtstoffen, ertsen, inrichtingen of uitrustingen, behorende tot een bij die maatregel aangewezen categorie.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de buitengebruikstelling en ontmanteling van bij of krachtens die maatregel aangewezen categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
4. Ten aanzien van bij de regels te stellen voorschriften zijn de bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.34, eerste en tweede lid, van de Omgevingswet</a>gestelde regels over activiteiten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van die wet</a>, alsmede <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/13.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13.5, eerste tot en met vijfde lid, van die wet</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij toepassing van het tweede lid het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor de bij of krachtens artikel 15baangewezen belangen, die de inrichting veroorzaakt.
5. Indien bij een maatregel krachtens het eerste lid tevens toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan de verplichting worden opgelegd tot het melden van de handelingen ten aanzien waarvan de bij artikel 15gestelde verboden niet gelden.
6. De <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4.4, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.5</a>en <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">4.22, tweede lid, van de Omgevingswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen.