BWBR0001830
Geldig vanaf 2021-03-17
Artikel 66
Wet op de rechterlijke organisatie
1. Het bestuur van het gerechtshof Amsterdam vormt voor het behandelen en beslissen van zaken als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>, de <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/173" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 173</a>en <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/217" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">217 van de Pensioenwet</a>, de <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/168" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 168</a>en <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/211a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">211a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, <a href="/wet/BWBR0008508/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Wet op de Europese ondernemingsraden</a>, <a href="/wet/BWBR0002747/artikel/26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 26 van de Wet op de ondernemingsraden</a>, <a href="/wet/BWBR0020685/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36 van de Wet medezeggenschap op scholen</a>en de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/997" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 997</a>en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/1000" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">1000 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>een meervoudige kamer onder de benaming van ondernemingskamer en bepaalt de bezetting daarvan.
2. De ondernemingskamer bestaat uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12en 13 tot en met 13gvan deze wet en de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46ca" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46ca</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46f</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46j</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46o</a>en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46j</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46o, tweede lid</a>, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht. Tevens zijn de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 44, eerste, vierde tot en met achtste en tiende lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/44a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van deze wet</a>op hen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuur van het gerecht wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit, zij voor de overeenkomstige toepassing van artikel 44, eerste en zevende lid, worden gelijkgesteld met plaatsvervangers in hetzelfde gerecht, en de president van het gerecht ten aanzien van hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 44, zesde lid, uitoefent.
3. Het bestuur van het gerechtshof Den Haag vormt voor het behandelen en beslissen van zaken als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002747/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46d, onderdeel i, van de Wet op de ondernemingsraden</a>een meervoudige kamer en bepaalt de bezetting daarvan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
4. De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd. Zij worden op eigen verzoek bij koninklijk besluit ontslagen.
5. De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlagebij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
6. Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de ondernemingskamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.
7. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.
2. De ondernemingskamer bestaat uit drie rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en twee personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, als deskundige leden. Op de deskundige leden zijn de artikelen 7, derde lid, 12en 13 tot en met 13gvan deze wet en de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 46c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46ca" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46ca</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46d</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46f</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46j</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46l" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46l, eerste en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46m" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46m</a>, <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46o</a>en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46p" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</a>van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46j" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46j</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/46o" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46o, tweede lid</a>, onder functionele autoriteit wordt verstaan: bestuur onderscheidenlijk president van het gerecht. Tevens zijn de <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 44, eerste, vierde tot en met achtste en tiende lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0008365/artikel/44a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">44a, eerste tot en met achtste en tiende lid, van deze wet</a>op hen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuur van het gerecht wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit, zij voor de overeenkomstige toepassing van artikel 44, eerste en zevende lid, worden gelijkgesteld met plaatsvervangers in hetzelfde gerecht, en de president van het gerecht ten aanzien van hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 44, zesde lid, uitoefent.
3. Het bestuur van het gerechtshof Den Haag vormt voor het behandelen en beslissen van zaken als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002747/artikel/46d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 46d, onderdeel i, van de Wet op de ondernemingsraden</a>een meervoudige kamer en bepaalt de bezetting daarvan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
4. De deskundige leden worden bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van vijf jaar. Er kunnen ook plaatsvervangers worden benoemd. Zij worden op eigen verzoek bij koninklijk besluit ontslagen.
5. De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlagebij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
6. Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de ondernemingskamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.
7. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het kostuum, de afwezigheid, de afwisseling, de vergoeding voor reis- en verblijfskosten en nadere vergoeding van de deskundige leden en hun plaatsvervangers.