BWBR0001830
Geldig vanaf 2021-03-17
Artikel 32
Wet op de rechterlijke organisatie
1. Het bestuur stelt de begroting van het gerecht als onderdeel van het jaarplan vast in overeenstemming met het door de Raad geraamde budget, bedoeld in artikel 30.
2. De begroting van het gerecht behoeft de instemming van de Raad. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/10:28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10:28 tot en met 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De instemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht.
4. De Raad beslist binnen acht weken na ontvangst van de begroting van het gerecht. De instemming wordt geacht te zijn verleend indien binnen deze termijn geen beslissing van de Raad is ontvangen.
5. In gevallen van dringende spoed kan het bestuur een uitgave doen voordat de desbetreffende begroting de instemming van de Raad heeft verkregen. De Raad wordt daarvan terstond in kennis gesteld.
2. De begroting van het gerecht behoeft de instemming van de Raad. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/10:28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10:28 tot en met 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De instemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht.
4. De Raad beslist binnen acht weken na ontvangst van de begroting van het gerecht. De instemming wordt geacht te zijn verleend indien binnen deze termijn geen beslissing van de Raad is ontvangen.
5. In gevallen van dringende spoed kan het bestuur een uitgave doen voordat de desbetreffende begroting de instemming van de Raad heeft verkregen. De Raad wordt daarvan terstond in kennis gesteld.