BWBR0001830
Geldig vanaf 2021-03-17
Artikel 98
Wet op de rechterlijke organisatie
1. Met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 97, eerste lid, stelt de Raad jaarlijks, voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, een voorstel vast voor een begroting van de Raad en de gerechten gezamenlijk, met inbegrip van de aan het toe te kennen budget te verbinden voorschriften, alsmede een meerjarenraming voor ten minste vier op het begrotingsjaar volgende jaren.
2. Alvorens de Raad het begrotingsvoorstel en de meerjarenraming vaststelt, voert de Raad overleg met de gerechten.
3. De Raad zendt het begrotingsvoorstel en de meerjarenraming voor een door Onze Minister te bepalen tijdstip aan Onze Minister.
4. Voor zover het begrotingsvoorstel en de meerjarenbegroting zien op tuchtklachten die op grond van <a href="/wet/BWBR0012197/artikel/45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 45, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet</a>worden behandeld door het gerechtshof Amsterdam wordt de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders gehoord. Voor zover het begrotingsvoorstel en de meerjarenbegroting zien op tuchtklachten die op grond van <a href="/wet/BWBR0010388/artikel/107" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 107, eerste lid, van de Wet op het notarisambt</a>worden behandeld door het gerechtshof Amsterdam wordt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie gehoord.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorbereiding en de inrichting van het begrotingsvoorstel en de meerjarenraming, met inbegrip van de daarbij behorende toelichting en bijlagen.
2. Alvorens de Raad het begrotingsvoorstel en de meerjarenraming vaststelt, voert de Raad overleg met de gerechten.
3. De Raad zendt het begrotingsvoorstel en de meerjarenraming voor een door Onze Minister te bepalen tijdstip aan Onze Minister.
4. Voor zover het begrotingsvoorstel en de meerjarenbegroting zien op tuchtklachten die op grond van <a href="/wet/BWBR0012197/artikel/45" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 45, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet</a>worden behandeld door het gerechtshof Amsterdam wordt de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders gehoord. Voor zover het begrotingsvoorstel en de meerjarenbegroting zien op tuchtklachten die op grond van <a href="/wet/BWBR0010388/artikel/107" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 107, eerste lid, van de Wet op het notarisambt</a>worden behandeld door het gerechtshof Amsterdam wordt de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie gehoord.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorbereiding en de inrichting van het begrotingsvoorstel en de meerjarenraming, met inbegrip van de daarbij behorende toelichting en bijlagen.