BWBR0001830
Geldig vanaf 2021-03-17
Artikel 34
Wet op de rechterlijke organisatie
1. Indien de begroting niet de instemming van de Raad heeft verkregen, behoeft het bestuur tot het doen van uitgaven steeds de instemming van de Raad.
2. Een verzoek van het bestuur om instemming kan door de Raad slechts worden afgewezen wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/10:28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10:28 tot en met 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De Raad beslist op het verzoek binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. De instemming wordt geacht te zijn verleend indien binnen deze termijn geen beslissing van de Raad is ontvangen.
4. De Raad kan aan de instemming voorschriften verbinden.
5. De Raad kan bepalen voor welke posten en tot welk bedrag het bestuur geen instemming behoeft.
2. Een verzoek van het bestuur om instemming kan door de Raad slechts worden afgewezen wegens strijd met het recht of het belang van een goede bedrijfsvoering van het gerecht. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/10:28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 10:28 tot en met 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De Raad beslist op het verzoek binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. De instemming wordt geacht te zijn verleend indien binnen deze termijn geen beslissing van de Raad is ontvangen.
4. De Raad kan aan de instemming voorschriften verbinden.
5. De Raad kan bepalen voor welke posten en tot welk bedrag het bestuur geen instemming behoeft.