BWBR0001830
Geldig vanaf 2021-03-17
Artikel 91
Wet op de rechterlijke organisatie
1. De Raad is belast met:
a. de voorbereiding van de begroting voor de Raad en de gerechten gezamenlijk;
b. de toekenning van budgetten ten laste van de rijksbegroting aan de gerechten;
c. de ondersteuning van de bedrijfsvoering bij de gerechten;
d. het toezicht op de uitvoering van de begroting door de gerechten;
e. het toezicht op de bedrijfsvoering bij de gerechten;
f. landelijke activiteiten op het gebied van werving, selectie, aanstelling, benoeming en opleiding van het personeel bij de gerechten.
2. Ter uitvoering van de in het eerste lid, onder c en e, genoemde taken is de zorg van de Raad in het bijzonder gericht op:
a. automatisering en bestuurlijke informatievoorziening;
b. huisvesting en beveiliging;
c. de kwaliteit van de bestuurlijke en organisatorische werkwijze van de gerechten;
d. personeelsaangelegenheden;
e. overige materiële voorzieningen.
a. de voorbereiding van de begroting voor de Raad en de gerechten gezamenlijk;
b. de toekenning van budgetten ten laste van de rijksbegroting aan de gerechten;
c. de ondersteuning van de bedrijfsvoering bij de gerechten;
d. het toezicht op de uitvoering van de begroting door de gerechten;
e. het toezicht op de bedrijfsvoering bij de gerechten;
f. landelijke activiteiten op het gebied van werving, selectie, aanstelling, benoeming en opleiding van het personeel bij de gerechten.
2. Ter uitvoering van de in het eerste lid, onder c en e, genoemde taken is de zorg van de Raad in het bijzonder gericht op:
a. automatisering en bestuurlijke informatievoorziening;
b. huisvesting en beveiliging;
c. de kwaliteit van de bestuurlijke en organisatorische werkwijze van de gerechten;
d. personeelsaangelegenheden;
e. overige materiële voorzieningen.