BWBV0002504
Geldig vanaf 11-12-2002
Artikel 29
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
(1). Schepen, duwstellen en slepen die de door de bevoegde autoriteit vastgestelde afmetingen overschrijden, dienen
1. tijdig vóór het bevaren van de Eemsmonding onder opgave van de naam, de positie, de afmetingen en de haven van bestemming, alsmede
2. bij de vastgestelde posities onder opgave van de naam, de positie, de snelheid en de passeertijd
te worden gemeld. De krachtens het bepaalde in de eerste volzin voorgeschreven melding dient ook bij onderbreking en bij voortzetting van de reis te geschieden.
(2). Schepen, zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, moeten 24 uur vóór het bevaren van de Eemsmonding, doch uiterlijk bij het uitvaren van de laatste vertrekhaven, worden gemeld. Overigens dienen deze schepen zich overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, eerste volzin, No. 2, en tweede volzin, te melden.
(3). De melding krachtens het bepaalde in het tweede lid, eerste volzin, moet de volgende gegevens bevatten:
1. naam en roepletters van het schip
2. vermoedelijke datum en tijd van aankomst bij de eerste voor de melding vastgestelde positie: datum in twee cijfers, plaatselijke tijd in vier cijfers,
3. nationaliteit van het schip,
4. lengte en diepgang van het schip,
5. haven van vertrek en van bestemming,
6. aard van de lading en vermelding van de bepaalde gevaarlijke goederen, alsmede van de desbetreffende hoeveelheid,
7. bij het vervoer van chemicaliën of vloeibare gassen als massagoed de vermelding of het schip is voorzien van een certificaat van geschiktheid krachtens de IMO-Voorschriften voor de bouw en de uitrusting van schepen voor het vervoer van gevaarlijke chemicaliën als massagoed of een certificaat van geschiktheid krachtens de IMO-Voorschriften voor de bouw en de uitrusting van schepen voor het vervoer van vloeibare gassen als massagoed,
8. verklaring of het schip of de lading gebreken vertoont,
9. naam van de reder of diens gemachtigde.
(4). De krachtens het bepaalde in het eerste en het tweede lid voorgeschreven meldingen dienen door de gezagvoerder van het schip, door de reder of hun gemachtigde bij de bevoegde autoriteit te geschieden. De meldingen krachtens het bepaalde in het tweede lid, eerste volzin, dienen schriftelijk plaats te vinden.
(5). De gezagvoerder van een met een marifoon uitgerust schip is verplicht bij het inachtnemen van de voorschriften inzake het verkeersgedrag de door de verkeerscentrale in het Duits, op verzoek in het Nederlands of Engels verstrekte verkeersinformatie, alsmede aanwijzingen en waarschuwingen te beluisteren en deze onverwijld overeenkomstig de omstandigheden in de gegeven verkeerssituatie in aanmerking te nemen. Op verzoek van de verkeerscentrale dient de gezagvoerder van het schip zich bij haar te melden en deel te nemen aan de communicatie met de verkeerscentrale.
1. tijdig vóór het bevaren van de Eemsmonding onder opgave van de naam, de positie, de afmetingen en de haven van bestemming, alsmede
2. bij de vastgestelde posities onder opgave van de naam, de positie, de snelheid en de passeertijd
te worden gemeld. De krachtens het bepaalde in de eerste volzin voorgeschreven melding dient ook bij onderbreking en bij voortzetting van de reis te geschieden.
(2). Schepen, zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, moeten 24 uur vóór het bevaren van de Eemsmonding, doch uiterlijk bij het uitvaren van de laatste vertrekhaven, worden gemeld. Overigens dienen deze schepen zich overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, eerste volzin, No. 2, en tweede volzin, te melden.
(3). De melding krachtens het bepaalde in het tweede lid, eerste volzin, moet de volgende gegevens bevatten:
1. naam en roepletters van het schip
2. vermoedelijke datum en tijd van aankomst bij de eerste voor de melding vastgestelde positie: datum in twee cijfers, plaatselijke tijd in vier cijfers,
3. nationaliteit van het schip,
4. lengte en diepgang van het schip,
5. haven van vertrek en van bestemming,
6. aard van de lading en vermelding van de bepaalde gevaarlijke goederen, alsmede van de desbetreffende hoeveelheid,
7. bij het vervoer van chemicaliën of vloeibare gassen als massagoed de vermelding of het schip is voorzien van een certificaat van geschiktheid krachtens de IMO-Voorschriften voor de bouw en de uitrusting van schepen voor het vervoer van gevaarlijke chemicaliën als massagoed of een certificaat van geschiktheid krachtens de IMO-Voorschriften voor de bouw en de uitrusting van schepen voor het vervoer van vloeibare gassen als massagoed,
8. verklaring of het schip of de lading gebreken vertoont,
9. naam van de reder of diens gemachtigde.
(4). De krachtens het bepaalde in het eerste en het tweede lid voorgeschreven meldingen dienen door de gezagvoerder van het schip, door de reder of hun gemachtigde bij de bevoegde autoriteit te geschieden. De meldingen krachtens het bepaalde in het tweede lid, eerste volzin, dienen schriftelijk plaats te vinden.
(5). De gezagvoerder van een met een marifoon uitgerust schip is verplicht bij het inachtnemen van de voorschriften inzake het verkeersgedrag de door de verkeerscentrale in het Duits, op verzoek in het Nederlands of Engels verstrekte verkeersinformatie, alsmede aanwijzingen en waarschuwingen te beluisteren en deze onverwijld overeenkomstig de omstandigheden in de gegeven verkeerssituatie in aanmerking te nemen. Op verzoek van de verkeerscentrale dient de gezagvoerder van het schip zich bij haar te melden en deel te nemen aan de communicatie met de verkeerscentrale.
- Citeren als
- Art. 29
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002504
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl