BWBV0002504
Geldig vanaf 11-12-2002
Artikel 16
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
(1). Vervallen.
(2). In beginsel moet links worden opgelopen. Voor zover de bijzondere situatie het vereist, mag rechts worden opgelopen.
(3). Het oplopende schip moet letten op het achteropkomende verkeer en de vaart zodanig verminderen of een zodanige zijwaartse afstand aanhouden, dat er geen gevaarlijke zuiging kan ontstaan, en zich zo snel mogelijk weer naar rechts invoegen, zonder daarbij het opgelopen schip in gevaar te brengen of te hinderen. Het schip dat opgelopen wordt, moet het oplopen zoveel mogelijk vergemakkelijken.
(4). Kan in een vaarwater alleen met de medewerking van het op te lopen schip veilig worden opgelopen, dan is het oplopen alleen toegestaan als het op te lopen schip met een daartoe strekkend verzoek of daartoe strekkende aankondiging van het oplopende schip ondubbelzinnig heeft ingestemd. Het oplopende schip kan, in afwijking van Voorschrift 9, letter e, cijfer i, van de Internationale Bepalingen zijn voornemen over de marifoon aan het op te lopen schip mededelen, indien
1. ondubbelzinnige identificatie plaatsvindt van de deelnemers aan de communicatie,
2. een ondubbelzinnige afspraak over de marifoon mogelijk is,
3. door de keuze van het marifoonkanaal gewaarborgd is dat zo mogelijk alle betrokken verkeersdeelnemers met de afspraak over de marifoon kunnen meeluisteren, en
4. de verkeerssituatie het toestaat.
Indien het op te lopen schip instemt, kan het zijn toestemming in afwijking van Voorschrift 34, letter c, cijfer ii, van de Internationale Bepalingen over de marifoon geven en maatregelen nemen om veilig te passeren. Zijn de voorwaarden voor de afspraak over de marifoon niet aanwezig, dan geldt uitsluitend Voorschrift 9, letter e, van de Internationale Bepalingen.
(5). Het is eveneens verboden op te lopen op plaatsen, binnen vaargebieden en tussen bepaalde schepen, die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld.
(2). In beginsel moet links worden opgelopen. Voor zover de bijzondere situatie het vereist, mag rechts worden opgelopen.
(3). Het oplopende schip moet letten op het achteropkomende verkeer en de vaart zodanig verminderen of een zodanige zijwaartse afstand aanhouden, dat er geen gevaarlijke zuiging kan ontstaan, en zich zo snel mogelijk weer naar rechts invoegen, zonder daarbij het opgelopen schip in gevaar te brengen of te hinderen. Het schip dat opgelopen wordt, moet het oplopen zoveel mogelijk vergemakkelijken.
(4). Kan in een vaarwater alleen met de medewerking van het op te lopen schip veilig worden opgelopen, dan is het oplopen alleen toegestaan als het op te lopen schip met een daartoe strekkend verzoek of daartoe strekkende aankondiging van het oplopende schip ondubbelzinnig heeft ingestemd. Het oplopende schip kan, in afwijking van Voorschrift 9, letter e, cijfer i, van de Internationale Bepalingen zijn voornemen over de marifoon aan het op te lopen schip mededelen, indien
1. ondubbelzinnige identificatie plaatsvindt van de deelnemers aan de communicatie,
2. een ondubbelzinnige afspraak over de marifoon mogelijk is,
3. door de keuze van het marifoonkanaal gewaarborgd is dat zo mogelijk alle betrokken verkeersdeelnemers met de afspraak over de marifoon kunnen meeluisteren, en
4. de verkeerssituatie het toestaat.
Indien het op te lopen schip instemt, kan het zijn toestemming in afwijking van Voorschrift 34, letter c, cijfer ii, van de Internationale Bepalingen over de marifoon geven en maatregelen nemen om veilig te passeren. Zijn de voorwaarden voor de afspraak over de marifoon niet aanwezig, dan geldt uitsluitend Voorschrift 9, letter e, van de Internationale Bepalingen.
(5). Het is eveneens verboden op te lopen op plaatsen, binnen vaargebieden en tussen bepaalde schepen, die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002504
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl