BWBV0002504
Geldig vanaf 01-10-1989
Artikel 26
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
(1). Schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren, mogen uitsluitend op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde reden en ligplaatsen en slechts met inachtneming van de vastgestelde voorwaarden ankeren of meren.
(2). Indien meer schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren, gelijktijdig binnen het gebied van de rede of de ligplaats liggen, dienen zij, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden, een voldoende veilige afstand ten opzichte van elkaar aan te houden.
(3). Ten opzichte van schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren, dienen de overige schepen, in het bijzonder rekening houdend met wegvliegende vonken, een voldoende veilige afstand aan te houden, met uitzondering van sleepboten, ravitaillerings- en tankreinigingsschepen, alsmede schepen die betrokken zijn bij de overslag. Deze schepen mogen het gebied van de rede of de ligplaats slechts invaren, als de schoorsteen en de uitlaatleidingen zijn voorzien van inrichtingen die het wegvliegen van vonken verhinderen.
(4). Bij gemeerde tankschepen die na het lossen van bepaalde gevaarlijke goederen niet zijn gereinigd en ontgast, mogen tijdens het vullen van de tanks met ballastwater geen schepen langszij liggen, terwijl tijdens het reinigen en ontgassen slechts de daarvoor noodzakelijke tankreinigingsschepen langszij mogen liggen.
(5). Gemeerde schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren, alsmede schepen die in de nabijheid daarvan liggen, moeten te allen tijde onmiddellijk kunnen worden verhaald.
(2). Indien meer schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren, gelijktijdig binnen het gebied van de rede of de ligplaats liggen, dienen zij, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden, een voldoende veilige afstand ten opzichte van elkaar aan te houden.
(3). Ten opzichte van schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren, dienen de overige schepen, in het bijzonder rekening houdend met wegvliegende vonken, een voldoende veilige afstand aan te houden, met uitzondering van sleepboten, ravitaillerings- en tankreinigingsschepen, alsmede schepen die betrokken zijn bij de overslag. Deze schepen mogen het gebied van de rede of de ligplaats slechts invaren, als de schoorsteen en de uitlaatleidingen zijn voorzien van inrichtingen die het wegvliegen van vonken verhinderen.
(4). Bij gemeerde tankschepen die na het lossen van bepaalde gevaarlijke goederen niet zijn gereinigd en ontgast, mogen tijdens het vullen van de tanks met ballastwater geen schepen langszij liggen, terwijl tijdens het reinigen en ontgassen slechts de daarvoor noodzakelijke tankreinigingsschepen langszij mogen liggen.
(5). Gemeerde schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren, alsmede schepen die in de nabijheid daarvan liggen, moeten te allen tijde onmiddellijk kunnen worden verhaald.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002504
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl