BWBV0002504
Geldig vanaf 01-10-1989
Artikel 10
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
(1). Schepen, drijvende inrichtingen, alsmede schepen en voorwerpen, zoals bedoeld in Voorschrift 24, letter g, van de Internationale Bepalingen, die gemeerd zijn, dienen, tenzij zij door andere lichtbronnen voldoende en permanent te onderscheiden zijn, de volgende lichten te voeren:
1. bij een lengte van minder dan 50 meter een wit rondom schijnend licht, midscheeps aan de zijde van het vaarwater of aan het het verst tot het vaarwater reikende einde, zoveel mogelijk ter hoogte van het dek, overeenkomstig het bepaalde in No. 4.1 van Hoofdstuk II van Aanhangsel 1;
2. bij een lengte van 50 meter of meer steeds een wit rondom schijnend licht voor en achter aan de zijde van het vaarwater, zoveel mogelijk ter hoogte van het dek, overeenkomstig het bepaalde in No. 4.2 van Hoofdstuk II van Aanhangsel 1.
(2). Schepen die aan een meerboei overeenkomstig het bepaalde in E.7 van Hoofdstuk I van Aanhangsel 1 liggen, dienen het optische teken van ten anker liggende schepen krachtens het bepaalde in Voorschrift 30 van de Internationale Bepalingen te voeren.
1. bij een lengte van minder dan 50 meter een wit rondom schijnend licht, midscheeps aan de zijde van het vaarwater of aan het het verst tot het vaarwater reikende einde, zoveel mogelijk ter hoogte van het dek, overeenkomstig het bepaalde in No. 4.1 van Hoofdstuk II van Aanhangsel 1;
2. bij een lengte van 50 meter of meer steeds een wit rondom schijnend licht voor en achter aan de zijde van het vaarwater, zoveel mogelijk ter hoogte van het dek, overeenkomstig het bepaalde in No. 4.2 van Hoofdstuk II van Aanhangsel 1.
(2). Schepen die aan een meerboei overeenkomstig het bepaalde in E.7 van Hoofdstuk I van Aanhangsel 1 liggen, dienen het optische teken van ten anker liggende schepen krachtens het bepaalde in Voorschrift 30 van de Internationale Bepalingen te voeren.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002504
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl