BWBV0002504
Geldig vanaf 11-12-2002
Artikel 17
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
(1). Vervallen.
(2). Vervallen.
(3). Het ontmoeten is verboden op plaatsen, binnen vaargebieden en tussen bepaalde schepen, die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld.
(4). In afwijking van Voorschrift 14 van de Internationale Bepalingen mogen schepen binnen vaarwatergedeelten zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, eerste volzin, voor een tegemoetkomend schip bij uitzondering naar bakboord uitwijken. Het voornemen dient aan het tegemoetkomende schip kenbaar te worden gemaakt. Aan het tegemoetkomende schip kan het schip zijn voornemen door middel van de marifoon mededelen, indien
1. ondubbelzinnige identificatie plaatsvindt van de deelnemers aan de communicatie,
2. een ondubbelzinnige afspraak over de marifoon mogelijk is,
3. door de keuze van het marifoonkanaal gewaarborgd is dat zo mogelijk alle betrokken verkeersdeelnemers met de afspraak over de marifoon kunnen meeluisteren, en
4. de verkeerssituatie het toestaat.
Zijn de voorwaarden voor de afspraak over de marifoon niet aanwezig, dan dient het voornemen aan het tegemoetkomende schip kenbaar te worden gemaakt door middel van een lange stoot, gevolgd door twee reeksen van twee korte stoten. Het tegemoetkomende schip dient met hetzelfde signaal te antwoorden en het schip aan stuurboordzijde te passeren. De zinnen twee tot en met vijf gelden niet voor schepen met een lengte van minder dan 12 meter.
(2). Vervallen.
(3). Het ontmoeten is verboden op plaatsen, binnen vaargebieden en tussen bepaalde schepen, die door de bevoegde autoriteit zijn vastgesteld.
(4). In afwijking van Voorschrift 14 van de Internationale Bepalingen mogen schepen binnen vaarwatergedeelten zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, eerste volzin, voor een tegemoetkomend schip bij uitzondering naar bakboord uitwijken. Het voornemen dient aan het tegemoetkomende schip kenbaar te worden gemaakt. Aan het tegemoetkomende schip kan het schip zijn voornemen door middel van de marifoon mededelen, indien
1. ondubbelzinnige identificatie plaatsvindt van de deelnemers aan de communicatie,
2. een ondubbelzinnige afspraak over de marifoon mogelijk is,
3. door de keuze van het marifoonkanaal gewaarborgd is dat zo mogelijk alle betrokken verkeersdeelnemers met de afspraak over de marifoon kunnen meeluisteren, en
4. de verkeerssituatie het toestaat.
Zijn de voorwaarden voor de afspraak over de marifoon niet aanwezig, dan dient het voornemen aan het tegemoetkomende schip kenbaar te worden gemaakt door middel van een lange stoot, gevolgd door twee reeksen van twee korte stoten. Het tegemoetkomende schip dient met hetzelfde signaal te antwoorden en het schip aan stuurboordzijde te passeren. De zinnen twee tot en met vijf gelden niet voor schepen met een lengte van minder dan 12 meter.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002504
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl