BWBV0002504
Geldig vanaf 11-12-2002
Artikel 19
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
(1). Ieder schip, iedere waterscooter en iedere zeilplank dient met inachtneming van Voorschrift 6 van de Internationale Bepalingen met een veilige snelheid te varen. Indien het verkeer door verkeerstekens wordt geregeld, dient de snelheid zodanig te worden aangepast, dat bij een onverwachte wijziging van het optische of het akoestische verkeersteken het schip onmiddellijk tot stilstand kan worden gebracht.
(2). Vóór plaatsen met een duidelijk als zodanig herkenbare badinrichting mag buiten het vaarwater op een afstand van minder dan 500 meter van de bestaande waterlijn van de oever een maximumsnelheid door het water van 8 km (4,3 zeemijlen) per uur niet worden overschreden.
(3). Schepen dienen hun snelheid tijdig zodanig te verminderen als noodzakelijk is om gevaren als gevolg van zuiging of golfslag te vermijden, in het bijzonder bij het voorbijvaren van onmanoeuvreerbare en vastgevaren schepen, alsmede van beperkt manoeuvreerbare schepen, zoals bedoeld in Voorschrift 3, letter g, schepen en voorwerpen, zoals bedoeld in Voorschrift 24, letter g, van de Internationale Bepalingen, en drijvende inrichtingen alsmede van plaatsen die door het verkeersteken A.4 van Hoofdstuk I van Aanhangsel 1 of door seinvlag „A” van het Internationale Seinboek zijn gekenmerkt.
(2). Vóór plaatsen met een duidelijk als zodanig herkenbare badinrichting mag buiten het vaarwater op een afstand van minder dan 500 meter van de bestaande waterlijn van de oever een maximumsnelheid door het water van 8 km (4,3 zeemijlen) per uur niet worden overschreden.
(3). Schepen dienen hun snelheid tijdig zodanig te verminderen als noodzakelijk is om gevaren als gevolg van zuiging of golfslag te vermijden, in het bijzonder bij het voorbijvaren van onmanoeuvreerbare en vastgevaren schepen, alsmede van beperkt manoeuvreerbare schepen, zoals bedoeld in Voorschrift 3, letter g, schepen en voorwerpen, zoals bedoeld in Voorschrift 24, letter g, van de Internationale Bepalingen, en drijvende inrichtingen alsmede van plaatsen die door het verkeersteken A.4 van Hoofdstuk I van Aanhangsel 1 of door seinvlag „A” van het Internationale Seinboek zijn gekenmerkt.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002504
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl