BWBV0002504
Geldig vanaf 11-12-2002
Artikel 28
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding
(1). Een vergunning van de krachtens het bepaalde in artikel 34, tweede lid, van het Eems-Dollardverdrag bevoegde autoriteiten is vereist voor:
1. het verkeer van buitengewoon grote schepen die de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde afmetingen met betrekking tot de lengte, de breedte en de diepgang overschrijden;
1a. het verkeer van luchtkussenvaartuigen en snelle schepen alsmede van draagvleugelboten, hoovercrafts en katamarans, uitgezonderd sportschepen, schepen van de Bundeswehr en van de hulp- en reddingsdiensten,
2. het verkeer van duwstellen en slepen die de scheepvaart buitengewoon kunnen hinderen of waarmee de scheepvaart bijzonder rekening dient te houden, het slepen van drijvende inrichtingen, alsmede het slepen van schepen en voorwerpen, zoals bedoeld in Voorschrift 24, letter g, van de Internationale Bepalingen;
3. de berging van schepen, drijvende inrichtingen en voorwerpen, voor zover afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer, en de berging niet door de krachtens het bepaalde in artikel 34, tweede lid, van het Eems-Dollardverdrag bevoegde autoriteiten is bevolen;
4. de beproeving en het onderzoek van de trekkracht van schepen alsmede het proefdraaien in stilliggende positie, die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer;
5. Parasailing,
6. watersportevenementen op het water;
7. andere evenementen die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer.
(2). De vergunning dient tijdig te worden aangevraagd.
(3). De vergunning kan onder bepaalde voorwaarden en verplichtingen worden verleend.
1. het verkeer van buitengewoon grote schepen die de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde afmetingen met betrekking tot de lengte, de breedte en de diepgang overschrijden;
1a. het verkeer van luchtkussenvaartuigen en snelle schepen alsmede van draagvleugelboten, hoovercrafts en katamarans, uitgezonderd sportschepen, schepen van de Bundeswehr en van de hulp- en reddingsdiensten,
2. het verkeer van duwstellen en slepen die de scheepvaart buitengewoon kunnen hinderen of waarmee de scheepvaart bijzonder rekening dient te houden, het slepen van drijvende inrichtingen, alsmede het slepen van schepen en voorwerpen, zoals bedoeld in Voorschrift 24, letter g, van de Internationale Bepalingen;
3. de berging van schepen, drijvende inrichtingen en voorwerpen, voor zover afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer, en de berging niet door de krachtens het bepaalde in artikel 34, tweede lid, van het Eems-Dollardverdrag bevoegde autoriteiten is bevolen;
4. de beproeving en het onderzoek van de trekkracht van schepen alsmede het proefdraaien in stilliggende positie, die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer;
5. Parasailing,
6. watersportevenementen op het water;
7. andere evenementen die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid en het vlotte verloop van het verkeer.
(2). De vergunning dient tijdig te worden aangevraagd.
(3). De vergunning kan onder bepaalde voorwaarden en verplichtingen worden verleend.
- Citeren als
- Art. 28
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002504
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl