BWBR0049658
Geldig vanaf 2025-11-24
Artikel 4b
Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030
1. Het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onderdeel b, wordt verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen waarbij de tijdig en volledig ingediende aanvragen voor een specifieke uitkering worden gerangschikt naar geschiktheid op grond van de volgende criteria:
a. mate van aansluiting bij het doel van de regeling en de reikwijdte van de buitenproportionele opgaven categorie A, aanpak van PFAS;
b. maatschappelijke urgentie van de aanpak;
c. mate van risico’s die worden aangepakt;
d. doelmatigheid van de aanpak; en
e. haalbaarheid van de aanpak.
2. Voor de rangschikking scoort de aanpak voor het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ten minste 2 punten en scoort de aanpak voor het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten minste 10 punten.
3. De toe te kennen punten zijn voor het criterium, bedoeld in eerste lid,:
a. onderdeel a: maximaal 5 punten;
b. onderdeel b: maximaal 5 punten:
c. onderdeel c: maximaal 40 punten;
d. onderdeel d: maximaal 40 punten; en
e. onderdeel e: maximaal 10 punten.
De aanvraag met de meeste punten wordt het hoogst gerangschikt.
4. Indien aan twee of meer ingediende aanvragen voor een aanpak een gelijk aantal punten is toegekend worden de aanvragen daarvoor gerangschikt waarbij de aanvraag voor de aanpak die het meest bijdraagt aan het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, het hoogst wordt gerangschikt. Indien na de rangschikking, bedoeld in de eerste volzin, aan twee of meer ingediende aanvragen voor een aanpak een gelijk aantal punten is toegekend voor het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden de aanvragen daarvoor gerangschikt waarbij de aanvraag voor de aanpak die het meest bijdraagt aan het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, het hoogst wordt gerangschikt.
5. De aanvragen worden ter beoordeling van de rangschikking voorgelegd aan een adviescommissie die de minister adviseert over de aanvragen.
a. mate van aansluiting bij het doel van de regeling en de reikwijdte van de buitenproportionele opgaven categorie A, aanpak van PFAS;
b. maatschappelijke urgentie van de aanpak;
c. mate van risico’s die worden aangepakt;
d. doelmatigheid van de aanpak; en
e. haalbaarheid van de aanpak.
2. Voor de rangschikking scoort de aanpak voor het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ten minste 2 punten en scoort de aanpak voor het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten minste 10 punten.
3. De toe te kennen punten zijn voor het criterium, bedoeld in eerste lid,:
a. onderdeel a: maximaal 5 punten;
b. onderdeel b: maximaal 5 punten:
c. onderdeel c: maximaal 40 punten;
d. onderdeel d: maximaal 40 punten; en
e. onderdeel e: maximaal 10 punten.
De aanvraag met de meeste punten wordt het hoogst gerangschikt.
4. Indien aan twee of meer ingediende aanvragen voor een aanpak een gelijk aantal punten is toegekend worden de aanvragen daarvoor gerangschikt waarbij de aanvraag voor de aanpak die het meest bijdraagt aan het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, het hoogst wordt gerangschikt. Indien na de rangschikking, bedoeld in de eerste volzin, aan twee of meer ingediende aanvragen voor een aanpak een gelijk aantal punten is toegekend voor het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden de aanvragen daarvoor gerangschikt waarbij de aanvraag voor de aanpak die het meest bijdraagt aan het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, het hoogst wordt gerangschikt.
5. De aanvragen worden ter beoordeling van de rangschikking voorgelegd aan een adviescommissie die de minister adviseert over de aanvragen.