BWBR0049658
Geldig vanaf 2025-11-24
Artikel 20
Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030
1. Indien zowel een aanvraag wordt gedaan voor een uitkering voor de aanpak van buitenproportionele opgaven categorie B als voor de aanpak van buitenproportionele opgaven categorie A wordt voor iedere categorie met inachtneming van artikel 18, tweede lid, een separate aanvraag ingediend.
2. Artikel 18, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag voor een uitkering voor de aanpak van buitenproportionele opgaven categorie B.
3. Een aanvraag die in 2024, 2025, 2026 of 2027 wordt gedaan, kan een of meer projecten betreffen die in de periode van het jaar van de aanvraag tot en met 2030 worden uitgevoerd.
4. Een aanvraag die in 2028, 2029 of 2030 wordt gedaan, betreft projecten met een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar.
5. Een bevoegd gezag Wbb of een bevoegd gezag Ow kan tevens een wijziging aanvragen van een op grond van deze regeling gehonoreerde aanvraag.
6. Een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid bevat:
a. de voor de projecten of activiteiten in de oorspronkelijke aanvraag opgenomen kosten en de onderbouwde bijstelling van die kosten; en
b. de voortgang van de activiteiten waarvoor de desbetreffende uitkering is verleend, waarbij wordt aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd of zijn afgerond.
7. Artikel 18, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid, met dien verstande dat een projectplan niet is vereist indien een aanvraag tot wijziging een bijstelling van de kosten naar beneden betreft.
2. Artikel 18, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag voor een uitkering voor de aanpak van buitenproportionele opgaven categorie B.
3. Een aanvraag die in 2024, 2025, 2026 of 2027 wordt gedaan, kan een of meer projecten betreffen die in de periode van het jaar van de aanvraag tot en met 2030 worden uitgevoerd.
4. Een aanvraag die in 2028, 2029 of 2030 wordt gedaan, betreft projecten met een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar.
5. Een bevoegd gezag Wbb of een bevoegd gezag Ow kan tevens een wijziging aanvragen van een op grond van deze regeling gehonoreerde aanvraag.
6. Een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid bevat:
a. de voor de projecten of activiteiten in de oorspronkelijke aanvraag opgenomen kosten en de onderbouwde bijstelling van die kosten; en
b. de voortgang van de activiteiten waarvoor de desbetreffende uitkering is verleend, waarbij wordt aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd of zijn afgerond.
7. Artikel 18, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid, met dien verstande dat een projectplan niet is vereist indien een aanvraag tot wijziging een bijstelling van de kosten naar beneden betreft.