BWBR0049658
Geldig vanaf 2025-11-24
Artikel 32
Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030
1. Indien een of meer van de beschikbare bedragen, bedoeld in artikel 4, tweede, derde, of vierde lid, na de verdeling, bedoeld in artikel 4, zesde lid, niet zijn uitgeput, kan de minister voor het resterende bedrag een tweede aanvraagronde voor een uitkering als bedoeld in deze regeling openstellen.
2. De minister maakt de indieningstermijn en het resterende bedrag, bedoeld in het eerste lid, in de Staatscourant bekend, alsmede voor welke budgetpost een aanvraag kan worden ingediend.
3. De minister verdeelt het bedrag, bedoeld in het tweede lid, op volgorde van binnenkomst.
4. De artikelen 7, derde lid, 11, 12, 13, 13a, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 21a, 22, 24, 25, 25a, 26, 27, 28, 2929a, en 30zijn van overeenkomstige toepassing op een tweede aanvraagronde.
2. De minister maakt de indieningstermijn en het resterende bedrag, bedoeld in het eerste lid, in de Staatscourant bekend, alsmede voor welke budgetpost een aanvraag kan worden ingediend.
3. De minister verdeelt het bedrag, bedoeld in het tweede lid, op volgorde van binnenkomst.
4. De artikelen 7, derde lid, 11, 12, 13, 13a, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 21a, 22, 24, 25, 25a, 26, 27, 28, 2929a, en 30zijn van overeenkomstige toepassing op een tweede aanvraagronde.