BWBR0049658
Geldig vanaf 2025-11-24
Artikel 30
Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030
1. Het bevoegd gezag Wbb, het bevoegd gezag Ow of het college besteedt de uitkering voor toekomstbestendig omgaan met nazorg uitsluitend aan:
a. onderzoek of programmatisch onderzoek ten behoeve van: 1° het in beeld brengen van risicovolle nazorglocaties;
2° het steekproefsgewijs verifiëren van de actuele verontreinigingssituatie op nazorglocaties;
3° het steekproefsgewijs bepalen of de actuele nazorg of gebruiksbeperkingen voldoende zijn om risico’s toekomstbestendig te beheersen;
4° het bepalen van mogelijkheden om op een of meerdere locaties de nazorg, inclusief de inspanningen in het kader van gebiedsgericht grondwaterbeheer, af te bouwen of gebruiksbeperkingen te verminderen;
5° het in beeld brengen van locaties met een bodemverontreiniging waarbij mogelijk sprake is van aandachtslocaties in het kader van de bescherming van de algemene grondwaterkwaliteit of het behalen van doelen van de kaderrichtlijn water;
1° het in beeld brengen van risicovolle nazorglocaties;
2° het steekproefsgewijs verifiëren van de actuele verontreinigingssituatie op nazorglocaties;
3° het steekproefsgewijs bepalen of de actuele nazorg of gebruiksbeperkingen voldoende zijn om risico’s toekomstbestendig te beheersen;
4° het bepalen van mogelijkheden om op een of meerdere locaties de nazorg, inclusief de inspanningen in het kader van gebiedsgericht grondwaterbeheer, af te bouwen of gebruiksbeperkingen te verminderen;
5° het in beeld brengen van locaties met een bodemverontreiniging waarbij mogelijk sprake is van aandachtslocaties in het kader van de bescherming van de algemene grondwaterkwaliteit of het behalen van doelen van de kaderrichtlijn water;
b. planvorming voor ontwikkeling ter plaatse van nazorglocaties, waarbij de locatie langdurig geschikt wordt gemaakt voor een hoogwaardiger gebruik en nazorg dan wel gebruiksbeperkingen worden verminderd of afgebouwd of langdurig geregeld binnen het beoogde hoogwaardige gebruik; of
c. andere activiteiten binnen de werkvoorraad om mee – en tegenvallers in de kosten of de planning binnen de werkvoorraad op te vangen, met uitzondering van een sanering als bedoeld in artikel 17 en het opstellen van een plan als bedoeld in artikel 27, met dien verstande dat de projecten opgenomen in de beschikking tot verlening van de uitkering worden uitgevoerd.
2. De activiteiten opgenomen in de beschikking tot verlening van de uitkering mogen in geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering uiterlijk zijn uitgevoerd:
a. in 2032 indien het activiteiten betreft waarvoor in 2024 of 2026 een uitkering is verleend; of
b. vijf jaar na de startdatum van de bestedingsperiode indien het activiteiten betreft waarvoor in 2028 of 2030 een uitkering is verleend.
a. onderzoek of programmatisch onderzoek ten behoeve van: 1° het in beeld brengen van risicovolle nazorglocaties;
2° het steekproefsgewijs verifiëren van de actuele verontreinigingssituatie op nazorglocaties;
3° het steekproefsgewijs bepalen of de actuele nazorg of gebruiksbeperkingen voldoende zijn om risico’s toekomstbestendig te beheersen;
4° het bepalen van mogelijkheden om op een of meerdere locaties de nazorg, inclusief de inspanningen in het kader van gebiedsgericht grondwaterbeheer, af te bouwen of gebruiksbeperkingen te verminderen;
5° het in beeld brengen van locaties met een bodemverontreiniging waarbij mogelijk sprake is van aandachtslocaties in het kader van de bescherming van de algemene grondwaterkwaliteit of het behalen van doelen van de kaderrichtlijn water;
1° het in beeld brengen van risicovolle nazorglocaties;
2° het steekproefsgewijs verifiëren van de actuele verontreinigingssituatie op nazorglocaties;
3° het steekproefsgewijs bepalen of de actuele nazorg of gebruiksbeperkingen voldoende zijn om risico’s toekomstbestendig te beheersen;
4° het bepalen van mogelijkheden om op een of meerdere locaties de nazorg, inclusief de inspanningen in het kader van gebiedsgericht grondwaterbeheer, af te bouwen of gebruiksbeperkingen te verminderen;
5° het in beeld brengen van locaties met een bodemverontreiniging waarbij mogelijk sprake is van aandachtslocaties in het kader van de bescherming van de algemene grondwaterkwaliteit of het behalen van doelen van de kaderrichtlijn water;
b. planvorming voor ontwikkeling ter plaatse van nazorglocaties, waarbij de locatie langdurig geschikt wordt gemaakt voor een hoogwaardiger gebruik en nazorg dan wel gebruiksbeperkingen worden verminderd of afgebouwd of langdurig geregeld binnen het beoogde hoogwaardige gebruik; of
c. andere activiteiten binnen de werkvoorraad om mee – en tegenvallers in de kosten of de planning binnen de werkvoorraad op te vangen, met uitzondering van een sanering als bedoeld in artikel 17 en het opstellen van een plan als bedoeld in artikel 27, met dien verstande dat de projecten opgenomen in de beschikking tot verlening van de uitkering worden uitgevoerd.
2. De activiteiten opgenomen in de beschikking tot verlening van de uitkering mogen in geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering uiterlijk zijn uitgevoerd:
a. in 2032 indien het activiteiten betreft waarvoor in 2024 of 2026 een uitkering is verleend; of
b. vijf jaar na de startdatum van de bestedingsperiode indien het activiteiten betreft waarvoor in 2028 of 2030 een uitkering is verleend.