BWBR0049658
Geldig vanaf 2025-11-24
Artikel 31
Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030
1. De minister kan resterende middelen als bedoeld in artikel 4, achtste lid, verdelen over gehonoreerde aanvragen waarvoor niet het volledige bedrag is toegekend.
2. De minister hanteert bij de verdeling over de budgetposten de volgende prioritering:
a. historische spoedopgaven;
b. oude afspraken;
c. PFAS en andere niet genormeerde stoffen: 1° onderzoek voor het in beeld brengen van de opgaven voor PFAS en andere niet genormeerde stoffen en andere activiteiten die nodig zijn om te komen tot een aanpak van die opgaven;
2° aanpak van PFAS;
1° onderzoek voor het in beeld brengen van de opgaven voor PFAS en andere niet genormeerde stoffen en andere activiteiten die nodig zijn om te komen tot een aanpak van die opgaven;
2° aanpak van PFAS;
d. buitenproportionele opgaven categorie B;
e. toekomstbestendig omgaan met nazorg; en
f. diffuus verspreid lood.
3. De middelen, bedoeld in het eerste lid, worden evenredig verdeeld over de reeds gehonoreerde aanvragen.
4. De minister verleent ten hoogste het bedrag dat een bevoegd gezag Wbb, een bevoegd gezag Ow, een college of een waterschap heeft aangevraagd voor een budgetpost als bedoeld in het tweede lid.
2. De minister hanteert bij de verdeling over de budgetposten de volgende prioritering:
a. historische spoedopgaven;
b. oude afspraken;
c. PFAS en andere niet genormeerde stoffen: 1° onderzoek voor het in beeld brengen van de opgaven voor PFAS en andere niet genormeerde stoffen en andere activiteiten die nodig zijn om te komen tot een aanpak van die opgaven;
2° aanpak van PFAS;
1° onderzoek voor het in beeld brengen van de opgaven voor PFAS en andere niet genormeerde stoffen en andere activiteiten die nodig zijn om te komen tot een aanpak van die opgaven;
2° aanpak van PFAS;
d. buitenproportionele opgaven categorie B;
e. toekomstbestendig omgaan met nazorg; en
f. diffuus verspreid lood.
3. De middelen, bedoeld in het eerste lid, worden evenredig verdeeld over de reeds gehonoreerde aanvragen.
4. De minister verleent ten hoogste het bedrag dat een bevoegd gezag Wbb, een bevoegd gezag Ow, een college of een waterschap heeft aangevraagd voor een budgetpost als bedoeld in het tweede lid.