BWBR0049658
Geldig vanaf 2025-11-24
Artikel 18
Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030
1. Een aanvraag voor een uitkering voor de aanpak van de buitenproportionele opgave categorie A betreft een of meer projecten en bevat per project in ieder geval een projectplan.
2. Ieder projectplan bevat slechts een van de elementen, genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel c.
3. Een projectplan bevat:
a. een beschrijving van het doel en de activiteiten waarvoor een uitkering wordt aangevraagd en waaruit blijkt dat er voor de aanpak door het desbetreffende bevoegd gezag een dringende noodzaak is om onaanvaardbare risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging weg te nemen; en
b. de kosten per activiteit van het project zoals opgenomen in het projectplan, waarbij wordt onderbouwd voor welk deel van de kosten de uitkering wordt gevraagd.
4. Het bevoegd gezag Wbb, het bevoegd gezag Ow of het college verklaart dat het juridisch instrumentarium voor kostenverhaal adequaat is of wordt ingezet en dat de mogelijkheden van financiële bijdragen van derden ten behoeve van de bodemsanering zijn benut om ongerechtvaardigde verrijking te voorkomen.
5. Indien activiteiten als bedoeld in het derde lid, worden uitgevoerd tezamen met andere decentrale overheden, zijn in het projectplan hun rol en verantwoordelijkheden uitgewerkt waaruit blijkt dat het bevoegd gezag dat de aanvraag doet de activiteiten uit het projectplan kan realiseren.
6. Een aanvraag die in 2024 wordt gedaan, kan een of meer projecten betreffen, die in de periode van 2024 tot en met 2030 worden uitgevoerd.
2. Ieder projectplan bevat slechts een van de elementen, genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel c.
3. Een projectplan bevat:
a. een beschrijving van het doel en de activiteiten waarvoor een uitkering wordt aangevraagd en waaruit blijkt dat er voor de aanpak door het desbetreffende bevoegd gezag een dringende noodzaak is om onaanvaardbare risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging weg te nemen; en
b. de kosten per activiteit van het project zoals opgenomen in het projectplan, waarbij wordt onderbouwd voor welk deel van de kosten de uitkering wordt gevraagd.
4. Het bevoegd gezag Wbb, het bevoegd gezag Ow of het college verklaart dat het juridisch instrumentarium voor kostenverhaal adequaat is of wordt ingezet en dat de mogelijkheden van financiële bijdragen van derden ten behoeve van de bodemsanering zijn benut om ongerechtvaardigde verrijking te voorkomen.
5. Indien activiteiten als bedoeld in het derde lid, worden uitgevoerd tezamen met andere decentrale overheden, zijn in het projectplan hun rol en verantwoordelijkheden uitgewerkt waaruit blijkt dat het bevoegd gezag dat de aanvraag doet de activiteiten uit het projectplan kan realiseren.
6. Een aanvraag die in 2024 wordt gedaan, kan een of meer projecten betreffen, die in de periode van 2024 tot en met 2030 worden uitgevoerd.