BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 41
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
De Bank is bevoegd inlichtingen en gegevens, verkregen bij de vervulling van haar ingevolge deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten of aan buitenlandse instanties die belast zijn met het toezicht op instellingen en ondernemingen die op de financiële markten opereren, mits:
a. de geheimhouding van deze inlichtingen en gegevens bij de wet aldaar is verplicht en naar het oordeel van de Bank feitelijk en in voldoende mate is verzekerd;
b. dat redelijkerwijs niet in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen;
c. de Bank zich vergewist van het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt en;
d. in voldoende mate is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze zijn verstrekt, tenzij daarvoor toestemming van de Bank is verkregen.
a. de geheimhouding van deze inlichtingen en gegevens bij de wet aldaar is verplicht en naar het oordeel van de Bank feitelijk en in voldoende mate is verzekerd;
b. dat redelijkerwijs niet in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen;
c. de Bank zich vergewist van het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt en;
d. in voldoende mate is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze zijn verstrekt, tenzij daarvoor toestemming van de Bank is verkregen.
- Citeren als
- Art. 41
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl