BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 27
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
1. Een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een kredietinstelling – eigen aangifte daaronder begrepen – wordt niet in behandeling genomen zolang de kredietinstelling in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. Indien de vergunning van een kredietinstelling is ingetrokken, wordt op het verzoek of de vordering tot faillietverklaring niet beslist dan nadat de rechter de Bank in de gelegenheid heeft gesteld haar gevoelen daaromtrent kenbaar te maken.
3. De wettelijke bepalingen inzake surséance van betaling zijn op kredietinstellingen niet van toepassing.
2. Indien de vergunning van een kredietinstelling is ingetrokken, wordt op het verzoek of de vordering tot faillietverklaring niet beslist dan nadat de rechter de Bank in de gelegenheid heeft gesteld haar gevoelen daaromtrent kenbaar te maken.
3. De wettelijke bepalingen inzake surséance van betaling zijn op kredietinstellingen niet van toepassing.
- Citeren als
- Art. 27
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl