BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
1. De Bank kan onverminderd het bepaalde in artikel 9, eerste lid, aan een onderneming of instelling, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verleend een schriftelijke waarschuwing of aanwijzing geven, indien;
a. de onderneming of instelling naderhand niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid,
b. de onderneming of instelling zich niet houdt aan de ingevolge artikel 2, tweede lid, aan de vergunning gestelde beperkingen of verbonden voorschriften, of
c. de onderneming of instelling niet voldoet aan de verplichtingen opgelegd bij of krachtens de artikelen 12 tot en met 16.
2. Een waarschuwing of aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, is met redenen omkleed en wordt door de Bank per aangetekende brief aan de betrokken onderneming of instelling medegedeeld en is van kracht zodra zij door de betrokken onderneming of instelling is ontvangen.
3. De betrokken onderneming of instelling is gehouden binnen een periode van 30 dagen na ontvangst van de aangetekende brief, bedoeld in het tweede lid, aan de waarschuwing of respectievelijk aanwijzing gevolg te geven op een voor de Bank aanvaardbare wijze.
4. De Bank kan de in het derde lid genoemde termijn van 30 dagen verlengen met ten hoogste 60 dagen.
5. Tegen een waarschuwing of aanwijzing kan de betrokken onderneming of instelling binnen 30 dagen na ontvangst beroep instellen overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XI. Dit beroep heeft geen schorsende werking.
a. de onderneming of instelling naderhand niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid,
b. de onderneming of instelling zich niet houdt aan de ingevolge artikel 2, tweede lid, aan de vergunning gestelde beperkingen of verbonden voorschriften, of
c. de onderneming of instelling niet voldoet aan de verplichtingen opgelegd bij of krachtens de artikelen 12 tot en met 16.
2. Een waarschuwing of aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, is met redenen omkleed en wordt door de Bank per aangetekende brief aan de betrokken onderneming of instelling medegedeeld en is van kracht zodra zij door de betrokken onderneming of instelling is ontvangen.
3. De betrokken onderneming of instelling is gehouden binnen een periode van 30 dagen na ontvangst van de aangetekende brief, bedoeld in het tweede lid, aan de waarschuwing of respectievelijk aanwijzing gevolg te geven op een voor de Bank aanvaardbare wijze.
4. De Bank kan de in het derde lid genoemde termijn van 30 dagen verlengen met ten hoogste 60 dagen.
5. Tegen een waarschuwing of aanwijzing kan de betrokken onderneming of instelling binnen 30 dagen na ontvangst beroep instellen overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk XI. Dit beroep heeft geen schorsende werking.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl