BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 33
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
1. Het gerecht kan tegelijk met de in artikel 28, tweede lid, bedoelde machtiging of daarna de Bank op haar verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot een of meer van de volgende handelingen:
a. wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten tot het ter beschikking verkrijgen van gelden, van die overeenkomsten;
b. verkorting van de duur van overeenkomsten tot het ter beschikking verkrijgen van gelden.
2. Ten aanzien van de bijzondere machtiging is artikel 28, derde tot en met zesde lid, zevende lid, eerste volzin, en achtste lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Zodra overdracht van rechten en verplichtingen krachtens de in artikel 28, tweede lid, bedoelde machtiging heeft plaatsgevonden, maakt de Bank deze overdracht en, zo handelingen door haar zijn verricht krachtens de in het eerste lid bedoelde bijzondere machtiging, die handelingen bekend in de Staatscourant en in ten minste twee door het gerecht aan te wijzen dagbladen. De Bank kan, indien zij dit in het belang van de crediteuren van de kredietinstelling nodig acht, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze bekendmaken.
4. De overdracht alsmede de wijziging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden van de betrokken kredietinstelling van kracht met ingang van de dag, volgende op die waarop de bekendmaking in de Staatscourant, is geschied.
a. wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten tot het ter beschikking verkrijgen van gelden, van die overeenkomsten;
b. verkorting van de duur van overeenkomsten tot het ter beschikking verkrijgen van gelden.
2. Ten aanzien van de bijzondere machtiging is artikel 28, derde tot en met zesde lid, zevende lid, eerste volzin, en achtste lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Zodra overdracht van rechten en verplichtingen krachtens de in artikel 28, tweede lid, bedoelde machtiging heeft plaatsgevonden, maakt de Bank deze overdracht en, zo handelingen door haar zijn verricht krachtens de in het eerste lid bedoelde bijzondere machtiging, die handelingen bekend in de Staatscourant en in ten minste twee door het gerecht aan te wijzen dagbladen. De Bank kan, indien zij dit in het belang van de crediteuren van de kredietinstelling nodig acht, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze bekendmaken.
4. De overdracht alsmede de wijziging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden van de betrokken kredietinstelling van kracht met ingang van de dag, volgende op die waarop de bekendmaking in de Staatscourant, is geschied.
- Citeren als
- Art. 33
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl