BWBR0028547
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 12
Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES
1. Iedere kredietinstelling is verplicht de Bank desgevraagd alle inlichtingen te verschaffen, die zij meent nodig te hebben voor de juiste uitoefening van het in artikel 18 bedoelde toezicht.
2. Iedere persoon als bedoeld in artikel 3 tweede lid sub b van een kredietinstelling, van wie in redelijkheid kan worden aangenomen, dat hij over inlichtingen als bedoeld in het eerste lid, beschikt, is ook na beëindiging van zijn dienstverband bij die kredietinstelling, verplicht deze inlichtingen na daartoe per aangetekende brief door de Bank te zijn gevraagd, aan de Bank te verstrekken.
3. De inlichtingen en opgaven bij of krachtens deze wet aan de Bank te verschaffen, moeten tijdig, volledig, naar waarheid en op niet misleidende wijze worden verstrekt.
2. Iedere persoon als bedoeld in artikel 3 tweede lid sub b van een kredietinstelling, van wie in redelijkheid kan worden aangenomen, dat hij over inlichtingen als bedoeld in het eerste lid, beschikt, is ook na beëindiging van zijn dienstverband bij die kredietinstelling, verplicht deze inlichtingen na daartoe per aangetekende brief door de Bank te zijn gevraagd, aan de Bank te verstrekken.
3. De inlichtingen en opgaven bij of krachtens deze wet aan de Bank te verschaffen, moeten tijdig, volledig, naar waarheid en op niet misleidende wijze worden verstrekt.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028547
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl