BWBR0027597
Geldig vanaf 2010-04-29
Artikel 3.9
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
1. De minister beoordeelt de aanvragen op basis van het ingediende activiteitenplan en het functioneren van de aanvrager aan de hand van de volgende criteria:
a. artistieke of inhoudelijke kwaliteit;
b. maatschappelijke betekenis;
c. toegankelijkheid;
d. bedrijfsmatige gezondheid; en
e. geografische spreiding.
2. In afwijking van het eerste lid beoordeelt de minister de aanvragen voor subsidie op grond van afdeling 3.9 op basis van het ingediende activiteitenplan en het functioneren van de aanvrager aan de hand van de volgende criteria:
a. inhoudelijke kwaliteit;
b. relevantie voor de doelgroep;
c. wendbaarheid;
d. bedrijfsmatige gezondheid; en
e. geografische spreiding in relatie tot de opdracht.
3. Indien de minister een aanvraag als onvoldoende beoordeelt op ten minste één van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdelen a tot en met d, wijst de minister de aanvraag af.
a. artistieke of inhoudelijke kwaliteit;
b. maatschappelijke betekenis;
c. toegankelijkheid;
d. bedrijfsmatige gezondheid; en
e. geografische spreiding.
2. In afwijking van het eerste lid beoordeelt de minister de aanvragen voor subsidie op grond van afdeling 3.9 op basis van het ingediende activiteitenplan en het functioneren van de aanvrager aan de hand van de volgende criteria:
a. inhoudelijke kwaliteit;
b. relevantie voor de doelgroep;
c. wendbaarheid;
d. bedrijfsmatige gezondheid; en
e. geografische spreiding in relatie tot de opdracht.
3. Indien de minister een aanvraag als onvoldoende beoordeelt op ten minste één van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdelen a tot en met d, wijst de minister de aanvraag af.