BWBR0027597
Geldig vanaf 2010-04-29
Artikel 3.20
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling met als kernactiviteit het verzorgen van muziekaanbod van een ensemble of koor, niet zijnde aanbod of begeleiding als bedoeld in de artikelen 3.16 tot en met 3.19onderscheidenlijk aanbod als bedoeld in paragraaf 3.2.3.2, indien de instelling:
a. in een internationale context een repertoire aanbiedt van: 1°. oude muziek;
2°. klassieke of modern-klassieke muziek; of
3°. eigentijdse muziek;
1°. oude muziek;
2°. klassieke of modern-klassieke muziek; of
3°. eigentijdse muziek;
b. een eigen, herkenbare artistieke signatuur heeft die niet afhankelijk is van één of enkele artistiek leiders; en
c. regelmatig in vaste samenstelling optreedt;
2. De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste zeven instellingen subsidie.
a. in een internationale context een repertoire aanbiedt van: 1°. oude muziek;
2°. klassieke of modern-klassieke muziek; of
3°. eigentijdse muziek;
1°. oude muziek;
2°. klassieke of modern-klassieke muziek; of
3°. eigentijdse muziek;
b. een eigen, herkenbare artistieke signatuur heeft die niet afhankelijk is van één of enkele artistiek leiders; en
c. regelmatig in vaste samenstelling optreedt;
2. De minister verstrekt op grond van het eerste lid aan ten hoogste zeven instellingen subsidie.