BWBR0027597
Geldig vanaf 2010-04-29
Artikel 3.8
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
1. Onverminderd artikel 2.9en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrechtwordt subsidieverlening in ieder geval geweigerd, voor zover de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in de artikelen 3.3en 3.4.
2. Onverminderd artikel 2.9en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrechtwordt subsidieverlening tevens geweigerd, indien de aanvrager een instelling is waaraan voor het jaar 2023 subsidie is verstrekt voor haar exploitatie en subsidie uitsluitend is verstrekt afkomstig uit middelen van de begrotingsstaat, met uitzondering van de artikelen 14 en 15, behorende bij de Wet van 21 december 2022 tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2023 (Stb. 2023, 19).
3. Onverminderd artikel 2.9en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrechtkan subsidie worden geweigerd, indien de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd naar het oordeel van de minister onlosmakelijk verbonden zijn met de kernactiviteiten van de instelling waarvoor deze in de periode 2025–2028 meerjarige subsidie van een fonds ontvangt.
4. Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrechtkan de minister een reeds op grond van dit hoofdstuk verleende subsidie intrekken, indien de subsidieontvanger zich niet met ingang van 1 januari 2025 heeft aangesloten bij de in artikel 3.3, onderdeel b, bedoelde collectieve afspraken, onderscheidenlijk de in dat onderdeel bedoelde honoreringsrichtlijn.
2. Onverminderd artikel 2.9en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrechtwordt subsidieverlening tevens geweigerd, indien de aanvrager een instelling is waaraan voor het jaar 2023 subsidie is verstrekt voor haar exploitatie en subsidie uitsluitend is verstrekt afkomstig uit middelen van de begrotingsstaat, met uitzondering van de artikelen 14 en 15, behorende bij de Wet van 21 december 2022 tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2023 (Stb. 2023, 19).
3. Onverminderd artikel 2.9en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrechtkan subsidie worden geweigerd, indien de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd naar het oordeel van de minister onlosmakelijk verbonden zijn met de kernactiviteiten van de instelling waarvoor deze in de periode 2025–2028 meerjarige subsidie van een fonds ontvangt.
4. Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrechtkan de minister een reeds op grond van dit hoofdstuk verleende subsidie intrekken, indien de subsidieontvanger zich niet met ingang van 1 januari 2025 heeft aangesloten bij de in artikel 3.3, onderdeel b, bedoelde collectieve afspraken, onderscheidenlijk de in dat onderdeel bedoelde honoreringsrichtlijn.