BWBR0027597
Geldig vanaf 2010-04-29
Artikel 2.22
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
1. Tussen acht en achttien weken na afloop van de subsidieperiode dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. Aanvragen die worden ingediend voorafgaand aan de termijn, bedoeld in het eerste lid, worden geacht ontvangen te zijn op de eerste dag van die termijn.
3. De indiening van een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op een door de minister te bepalen elektronische wijze en conform de voorschriften van de handboeken verantwoording cultuursubsidies die de minister op www.cultuursubsidie.nlbeschikbaar heeft gesteld.
4. Het derde lid is niet van toepassing op instellingen die uitsluitend projectsubsidie ontvangen op grond van artikel 1 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleidjuncto artikel 5.2, tweede lid, van deze regeling.
2. Aanvragen die worden ingediend voorafgaand aan de termijn, bedoeld in het eerste lid, worden geacht ontvangen te zijn op de eerste dag van die termijn.
3. De indiening van een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op een door de minister te bepalen elektronische wijze en conform de voorschriften van de handboeken verantwoording cultuursubsidies die de minister op www.cultuursubsidie.nlbeschikbaar heeft gesteld.
4. Het derde lid is niet van toepassing op instellingen die uitsluitend projectsubsidie ontvangen op grond van artikel 1 van het Besluit op het specifiek cultuurbeleidjuncto artikel 5.2, tweede lid, van deze regeling.