BWBR0027597
Geldig vanaf 2010-04-29
Artikel 3.23
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
1. De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Oost en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
a. voldoet aan artikel 3.22, onderdelen a en b;
b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt; en
c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instelling, bedoeld in artikel 3.22, en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Zuid en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
a. voldoet aan artikel 3.22, onderdeel a;
b. haar activiteiten geografisch in haar regio op een geconcentreerde wijze spreidt;
c. samenwerkt met andere instellingen die opera-aanbod verzorgen; en
d. een beleid voert dat, in samenwerking met een instelling als bedoeld in artikel 3.22, en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
a. voldoet aan artikel 3.22, onderdelen a en b;
b. haar activiteiten geografisch op een geconcentreerde wijze spreidt; en
c. een beleid voert dat, in samenwerking met de instelling, bedoeld in artikel 3.22, en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.
2. De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling die haar standplaats heeft in de regio Zuid en met als kernactiviteit het verzorgen van opera-aanbod, indien de instelling:
a. voldoet aan artikel 3.22, onderdeel a;
b. haar activiteiten geografisch in haar regio op een geconcentreerde wijze spreidt;
c. samenwerkt met andere instellingen die opera-aanbod verzorgen; en
d. een beleid voert dat, in samenwerking met een instelling als bedoeld in artikel 3.22, en bij voorkeur in samenwerking met derden talentontwikkeling bevordert.