BWBR0027597
Geldig vanaf 2010-04-29
Artikel 3.18
Regeling op het specifiek cultuurbeleid
De minister kan subsidie verstrekken aan ten hoogste één instelling met als kernactiviteit het begeleiden van dansproducties, indien de instelling:
a. beschikbaar is voor de begeleiding van de producties van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a; en
b. ten minste eenmaal per jaar beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b;
voor zover de begeleiding in de basisbezetting van haar orkest om niet plaatsvindt, en niet meer dan een redelijke prijs in rekening wordt gebracht voor de kosten die verband houden met een aanvullende bezetting bij repertoire waarbij een basisbezetting naar algemeen gangbare artistieke maatstaven niet volstaat.
a. beschikbaar is voor de begeleiding van de producties van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a; en
b. ten minste eenmaal per jaar beschikbaar is voor de begeleiding van een productie van een instelling die een subsidie ontvangt op grond van artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b;
voor zover de begeleiding in de basisbezetting van haar orkest om niet plaatsvindt, en niet meer dan een redelijke prijs in rekening wordt gebracht voor de kosten die verband houden met een aanvullende bezetting bij repertoire waarbij een basisbezetting naar algemeen gangbare artistieke maatstaven niet volstaat.