BWBR0026952
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 3.8.14
Subsidieregeling energie en innovatie
1. De minister rangschikt aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate:
a. de slaagkans van het project groter is;
b. het project meer bijdraagt aan de verduurzaming van de energiehuishouding in termen van CO2-reductie;
c. de toepassing van de ingezette restwarmte of hernieuwbare warmte exergetisch hoogwaardiger is;
d. het herhalingspotentieel van het project groter is;
e. de kosteneffectiviteit, uitgedrukt in euro’s subsidie per ton vermeden CO2, groter is.
2. Voor de rangschikking weegt het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, tweemaal zo zwaar als de overige criteria.
a. de slaagkans van het project groter is;
b. het project meer bijdraagt aan de verduurzaming van de energiehuishouding in termen van CO2-reductie;
c. de toepassing van de ingezette restwarmte of hernieuwbare warmte exergetisch hoogwaardiger is;
d. het herhalingspotentieel van het project groter is;
e. de kosteneffectiviteit, uitgedrukt in euro’s subsidie per ton vermeden CO2, groter is.
2. Voor de rangschikking weegt het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, tweemaal zo zwaar als de overige criteria.