BWBR0026952
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 2.4.17.3
Subsidieregeling energie en innovatie
1. In afwijking van de Regeling steunintensiteitbedraagt de subsidie voor een PV-project ten hoogste:
a. 100% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
b. 60% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;
c. 40% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;
d. 40% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op een demonstratieproject dat maatregelen betreft die het gebruik van hernieuwbare energiebronnen bevorderen;
e. 100% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties.
2. De subsidiabele kosten van een demonstratieproject worden berekend in overeenstemming met artikel 23 van de algemene groepsvrijstellingsverordening en met inachtneming van artikel 14a, tweede lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies.
3. De onderzoeksorganisatie of onderzoeksorganisaties draagt respectievelijk dragen bij fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling gezamenlijk minstens 10% van de subsidiabele projectkosten en heeft respectievelijk hebben het recht de resultaten van het project te publiceren voor zover deze afkomstig zijn van het door die organisatie respectievelijk organisaties uitgevoerde onderzoek.
4. De subsidie bedraagt maximaal € 750.000 per PV-project.
a. 100% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
b. 60% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;
c. 40% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;
d. 40% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op een demonstratieproject dat maatregelen betreft die het gebruik van hernieuwbare energiebronnen bevorderen;
e. 100% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties.
2. De subsidiabele kosten van een demonstratieproject worden berekend in overeenstemming met artikel 23 van de algemene groepsvrijstellingsverordening en met inachtneming van artikel 14a, tweede lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies.
3. De onderzoeksorganisatie of onderzoeksorganisaties draagt respectievelijk dragen bij fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling gezamenlijk minstens 10% van de subsidiabele projectkosten en heeft respectievelijk hebben het recht de resultaten van het project te publiceren voor zover deze afkomstig zijn van het door die organisatie respectievelijk organisaties uitgevoerde onderzoek.
4. De subsidie bedraagt maximaal € 750.000 per PV-project.